Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
266
Hoefmag- *144. Hoeven, staven en natuurlijke magneten. Zoo
staafmag- boveii reeds is aangemerkt, geeft men veelal aan de mag-
neten en neten eenen vorm, waardoor de beide pooleinden digter bij el-
ïe mag*!.' i^omen en dus te zamen op het zelfde stuk ijzer of staal
neten, kunnen werken. De zoo te weeggebragte verdeeling is veel meer
dan dubbel zoo sterk als de door eene pool afzonderlijk bewerk-
te, waarvan men zich het best overtuigen kan, door de draag-
kracht eens magneets, dat is de kracht, welke men op een
stuk ijzer van geschikten vorm moet aanwenden, om dit door
den magneet te doen loslaten, te onderzoeken aan eene der po-
len alleen en aan beide polen te zamen. Om het
Pig. 150. i^iatste te kunnen doen en zich dus van de kracht
des magneets te kunnen overtuigen, vindt men steeds
bij eiken hoefmagneet een zoogenaamd anker of
sluitstuk van week ijzer, waarin eene opening,
die veroorlooft aau eenen haak zoo veel gewigten daar-
aan te hangen als de magneet dragen kan. Vroeger
dacht men dat een magneet zijne kracht verloor als
hij zonder dit sluitstuk werd bewaard; ook droeg
men grooter zorg wanneer men dit van den magneet
afnemen wilde, het schuivende te doen en niet bij een plotse-
lingen ruk. Thans weet men dat b ij eenen goeden mag-
neet het ongesloten bewaren zoo min als het afrukken aan
de draagkracht in het minst schaadt, en ook dat Avat men vroe-
ger vau het zoogenaamde voeden eens magneets verhaalde,
naitielijk dat deze krachtiger werd door eene dagelijks langzaam
vermeerderde belasting van zijn anker, op eene dwaling berust.
Slechts moet men zorg di-agen, bij het afnemen des ankers dit
niet terug, dat is, van de polen tot aan de bogt toe te schui-
ven, want dit zou de kracht des magneets zeer merkbaar ver-
zwakken. Het ijzeren anker wordt namelijk als liet de polen raakt
door verdeeling tot eenen magneet, even sterk als deze zelf.
Strijkt men dus met dit anker in de aangegeven rigting, dan
werkt dit even zoo alsof men met eenen magneet streek juist