Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
netisercn.
264
netismen tegenstand, nadat de scheiding eenmaal be-
gonnen is. Uit hoofde dezer eigenschap wordt het mogelijk, staal
duurzaam magnetisch te maken. Doch daar bij de nadering van
een magneet de verdeeling in het staal moeijelijk gaat, daar
zij slechts langzamerhand en slechts op de plaatsen, die het digtst
bij den magneet ziju, plaats heeft, zoo moet men den magneet
meermalen bij alle plaatsen der te magnetiseren staalstaaf bren-
gen; dit geschiedt door de geheele staaf meermalen met eenen
magneet te b e s t r ij k e n.
Wijzen De handelwijzen bij het magnetiseren van staal,
van mag-Er zijn voornamelijk twee wijzen in gebruik om stalen staven
'door strijken te magnetiseren, de enkelvoudige streek
en de d u b b el s t r e e k; zij onderscheiden zich daardoor van
elkander, dat de eerst op eens slechts met eene pool, de laatste
gelijktijdig met twee polen uitgevoerd wordt. Daarbij komt ten
derde nog de Vermelding van hetgeen er in het oog gehouden
moet worden bij de aanwending der beide strijkmanieren op
hoefijzervormige magneten.
1) De enkelvoudige streek is reeds in proef 132 « be-
schreven. De polen der gemagnetiseerde staaf worden daarbij
ongelijknamig met de polen van den magneet die ze aanraken.
2) De dubbelstreek.
Proef. Bij de dubbelstreek bedient men zich van een
hoefijzervormigen magneet, mens polen zeer digt bij elkander
liggen, zet beide polen te gelijk op het midden der te
magnetiseren stalen staaf, bijv. eene breinaald, en strijkt met
beiden te gelijk tot aan het eene einde der staaf, dan zonder
den magneet op te ligten terug en over het midden heen tot
aan het andere einde. Op deze avijze strijkt men van het eene
einde tot het andere ongeveer twintig maal heen en weer en ligt
eindelijk den magneet van het midden op, nadat beide
helften even dikwijls bestreken zijn. Liggen de polen van den
hoefijzermagneet niet zeer digt bij elkander, dan is hij tot het