Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
353
Maar de zuidpool der naald begeeft zich even zoo digt bij de
noordpool van den magneet. Daarom neemt de naald de zelf-
de rigting aan, welke de magneet heeft, en wel zoo, dat hare
polen boven de daarmede ongelijknamige polen van den mag-
neet liggen.
134. Onderzoek van het magnetismus en de polen q^j^j.
van een stuk staal. zoek van
Proef. De wet der magnetische aantrekking en afstooting
geeft een middel aan de iiand om te onderzoeken , of een stuk van een
staal of niet door uitgloeijen week gemaakt ijzer magnetisch
of niet, en tevens te ontdekken welke zijne noordpool is. Men
bedient zich daarbij van de tot hiertoe gebruikte magneetnaald.
Gesteld, dat men het magnetismus van eene naainaald te on-
derzoeken heeft, dan brenge men al hare gedeelten na elkan-
der bij de noordpool der magneetnaald. Trekken alle plaatsen
deze aan, dan is de naald niet magnetisch. Zoodra daarentegen ,
't geen bij niet weinig naalden het geval zal zijn, eene afstoo-
ting plaats heeft, is de te onderzoeken naald magnetisch; en
wel is die plaats, welke de noordpool afstoot, eene daarmede
gelijknamige pool, eene noordpool.
135. Het bestaan van twee verschillende magneet- ^
Twee
■ krachten. magne-
De beide polen van èen magneet schijnen op het ijzer eene
en de zelfde werking uit te oefenen, beide trekken zij dit aan.
Bij den eersten opslag ligt daarom het vermoeden voor de hand,
dat in den geheelen magneet eene en de zelfde magneetkracht zich
bevindt, die bijzonder aan de polen werkzaam is en in beide de
zelfde werkingen voortbrengt. Doch eenige der tot hiertoe genome-
ne proeven bewijzen, dat de werkingen der beide polen geenszins
aan elkander gelijk , maar elkander tegenovergesteld zijn. T e n
eerste wendt zich de noordpool van een vrij beweegbaren
magneet naar het noorden; draait men met de hand de zuidpool