Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
321.
Heronsfontein der brandspuit wordt de w i n d k e t e 1 genaamd.
De pijpen, waardoor het water uit beide perspompen stroomt,
komen in den windketel uit, en zijn van zijkleppen c c voor-
zien, die naar het inwendige van den windketel opengaan. Bij
het omhoog gaan van een zuiger wordt de zijklep door
de spankracht der lucht, die zich in den windketel bevindt, ge-
sloten en uit de spuitkast dringt water door de bodemklep der
perspomp. Bij het naar beneden gaan van den zuiger
wordt door de zwaarte des waters en de drukking, die het on-
dervindt, de bodemklep gesloten en het water door de zijklep
in den windketel geperst. Weldra bereikt het de ope-
ning der buis, welke daarin tot bijna op den bodem reikt en sluit
aan de lucht den uitweg af; terwijl bij voortgezet pompen het
water in den windketel stijgt, wordt de lucht, die er zich boven
bevindt, tot eene engere ruimte beperkt en verdigt, en door de
spankracht der verdigte lucht wordt uit de pijp van
den windketel een sterke waterstraal uitgeslingerd. De werking
van den windketel bestaat daarin, dat het water niet bij stoo-
ten, wanneer de zuigers naar beneden gaan, maar in een z a-
menhangenden straal naar buiten gedreven wordt. Aan
de pijp van den windketel, of, wanneer deze ontbreekt, aan eene
zijopening, boven den ondersten bodem van den windketel aan-
gebragt , wordt eene spuitslang geschroefd, om door het buigen
van deze de rigting van den waterstraal doelmatig te kunnen
veranderen.
De lucht- 123. De luchtpomp. Tot verdunning der lucht
pomp. ^^^ ^^ ander vat en tot bevestiging der wetten, die wij over
de spankracht en de drukking der lucht gevonden hebben, dient
de luchtpomp, welke in 't jaar 1650 door Otto van Gue-
r i k e is uitgevonden. Naar de verscheidenheid harer zamenstel-
ling onderscheidt men kraan-luchtpompen en klep-luchtpompen.
Kraan- De kraanluchtpomp. Het eerste voor- name deel in