Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
321.
Fig. 123.
en van boven eene opening van zulke wijdte
heeft dat men ze gemakkelijk met den vinger kan
sluiten. Dompelt men den open steekhevel in eene
vloeistof, dan zal deze zich volgens de wet voor
communicerende vaten even zoo hoog plaatsen als
zij rondom in het vat staat. Wanneer men dan de
bovenste opening met den duim sluit, en den steek-
hevel geheel uit de vloeistof opheft, dan vloeijen
er slechts weinige droppels uit, en verre weg het
grootste^ gedeelte der vloeistof blijft in den hevel.
Door het uitloopen der droppels is de lucht boven
in den hevel verdund, en de drukking der uitwen-
dige lucht houdt nu de kolom vloeistof op, welke er zich in
bevindt. Men houdt den steekhevel boven het vat, waarin men
de opgehevene vloeistof wil brengen, en verwijdert den vinger,
waardoor zij moet uitvloeijen.
De zuig- b. De zuighevel.
Men neemt eene, in den vorm als de figuur die
aanduidt gebogene, liefst glazen buis, van 4 a 6
strepen wijd en van 3 a 4 palmen totale lengte,
keert hare openingen naar beneden en dompelt
den eenen arm in een glas met water. De andere,
langere arm der buis blijft buiten het glas. Eene
zoo gebogene buis, met de openin-
gen naar beneden gekeerd, is een
zuighevel. Hij wordt door zuigen aan den
buitenarm gevilld. Men ligte eerst den buiten-
arm der buis zoo ver omhoog, dat hij hooger
ligt dan de waterspiegel in het drinkglas en
zuige er met den mond aan. Ten gevolge van de drukking der
lucht zal het water den hevel vullen, maar bij het ophouden
van het zuigen terstond in het vat terug keeren. Daarna houde
men den buitenarm verder benedenwaarts; hij mag lager liggen
dan de oppervlakte der vloeistof, doch hooger dan de opening
hevel.