Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
onderkant iets hooger dan de onderste kant der plank. Bij het
gebruik wordt het waterpas op dien onderkant gezet; blijft dan
de groef in de rigting welke de draad aanwijst, dan heeft de
te onderzoeken vlakte, waarop het waterpas staat, eene hori-
zontale rigting. Maar wijkt de groef zijwaarts van de rigting
des draads af, dan is ook de rigting van het vlak, waarop het
waterpas geplaatst is, bijv. het blad der tafel, niet horizontaal.
3. Het gewigt. Door de zwaartekracht loodregt naar be- Druk-
neden getrokken, hebben de ligchamen de neiging om te vallen,
Zijn zij opgehangen, dan spannen zij den draad; zij kunnen zware
echter ook door andere ligchamen, waarop zij liggen, ver-^'^^^'j^""
hinderd worden te vallen en oefenen ook op deze eene werking
uit, waardoor zij toonen dat zij door de aarde aangetrokken
worden.
' Proef. Legt men op de vlakke hand een eenigzins groot
boek, dan voelt men dat de hand thans eene drukking on-
dervindt, die haar benedenwaarts zoekt te bewegen. Neemt men
een kleiner boek in de hand, dan ondervindt men eene kleinere
drukking; men zegt dan, dat het tweede minder weegt dan
het eerste. De drukking, die het ligchaam op het-
geen er onder ligt uitoefent, noemt pien zijn
gewigt. Tevens blijkt het, dat het meer wegende boek eene
grootere hoeveelheid papier bevat en wegens deze grootere massa
eene grootere drukking uitoefent. Het gewigt neemt toe, wan-
neer de massa toeneemt.
Zoo wordt ook een groote s t e e n in den lossen grond gedrukt;
geladene wagens laten op den weg sporen van de door
hen uitgeoefende drukking achter; gebouwen op moerassigen
grond zakken en drukken de palen, waarop zij staan, naar be-
neden ; zware rollen worden op den omgeploegden akker
tot het verbrijzelen der aardkluiten, of op nieuw bestrate of
beschulpte wegen tot het indrukken van te hoog liggende steenen
gebezigd. Den brievendekker laten wij de brieven zamen-