Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
321.
stand te kunnen bieden, en, vooral ook bij de aanwending
in het groot, zoude er zoo weinig mogelijk tusschenruimte moeten
bestaan tusschen den rand van den schroefdraad en den wand
des cilinders. Het waterverlies, uit die altijd noodzakelijke tus-
schenruimte voortspruitende, zal des te aanzienlijker zijn, naar
mate de vijzel langzamer draait. Men zou dus steeds trachten
deze zoo spoedig mogelijk te doen bewegen, indien niet hier
eene dergelijke oorzaak als bij de schepraderen aan het voordeel
van die snelheid spoedig een einde maakte: de tijd namelijk, die
het water noodig heeft om van den bovensten schroefdraad af
te vloeijen. Dat er in het groot nooit eene geheel cilindervor-
mige ruimte, maar slechts de helft daarvan aanwezig behoeft
te zijn, valt ligt te begrijpen; bij de proef met het model blijkt
toch reeds dat de bovenste helft van den cilinder — deze
overlangs doorgesneden gedacht — in het minste geen nut
doet.
De tonmolen. Men zou ook de randen van den schroef- He ton-
draad aan den binnenwand des cilinders vast kunnen maken en
dezen met de schroef tusschen twee stijlen doen draaijen. Dan
had men, in plaats van een v ij z e 1, een zoogenaamden ton-
molen, die, even als de eerste, in ons land veel tot het opbren-
gen van water wordt gebezigd. Men begrijpt gemakkelijk bij het
oplettend beschouweu van het boven beschreven model, en toont
ook daarmede aan— door den cilinder van het voetstuk af te
nemen en met eenige erwten daarin te doen draaijen — dat
deze, en dus ook bij de aanwending in het groot de waterdeeltjes,
enkel door dat zij steeds naar het laagste punt rollen of vloei-
jen , bij dit omdraaijen naar boven moeten worden gevoerd — al-
thans zoo lang men den cilinder niet te schuin
houdt.
98. Golfberg en golfdal.
Proef. In het midden van een met water gevuld bekken Golfberg
late men uit een glas na elkander eenige waterdroppels vallen. go'Mal.
CR. NAT. 13