Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
173
grooter dan het gewigt der begrensde hoeveelheid water, dan
moest zij stijgen. De drukking, tegen haar naar boven gerigt,
is daarom naauwkeurig zoo groot als haar gewigt.
Wordt er een vast ligchaam in de plaats der even groote
hoeveelheid water gebragt, dan zijn ernaar gelang van zijn
gewigt drie gevallen mogelijk: 1) Een ligchaam van ge-
lijk gewigt als eene even zoo groote hoeveel,
heid vloeistof zweeft in de vloeistof, zonder te zin-
ken of te stijgen, even als een deel der vloeistof zelve; wordt
het aan eene balans gehangen, dan heeft het voor deze zijn ge-
heel gewigt verloren. 2) Een ligchaam van grooter ge-
wigt dan dat van eene even groote hoeveelheid
vloeistof zinkt. Plet verkrijgt het overwigt over de naar
boven gerigte drukking der vloeistof. 3) Een ligchaam van
geringer gewigt dan dat van eene even groote
hoeveelheid vloeistof stijgt omhoog en dr ij ft oj)
de vloeistof. De naar boven gerigte drukking der vloeistof,
die meer kan dragen, verkrijgt de overhand over het gewigt van
het ingedompelfle ligchaam en laat slechts toe dat het ten deele
indompelt, terwijl het andere deel boven het water uitsteekt.
Het onder den naam van de cartesiaansche duiker-^® carte-
siaanscne
tjes bekende werktuigje , welks gewigt veranderlijk is,duikertjes,
vertoont achter elkander de verschijnselen van het zweven, zin-
ken en stijgen. Het zijn holle figuren van glas in de gedaante
van een ballon of van een mannetje, bijna even ZAvaar als eene
even groote hoeveelheid water en van onderen van eene ope-
ning voorzien. De holle ruimte der figuur is vol lucht; om een
gedeelte daarvan te verwijderen en het duikertje met een wei-
nig water te vullen, verwarmt men het zacht boven eene spi-
rituslamp en dompelt het onder water, waarbij een weinig wa-
ter in de holte komt. Daarop wordt het duikertje in een glas
gezet, dat met een mengsel van water en een weinig spiritus
geheel gevuld is, en een nat stuk varkensblaas of een stuk
gomelastiek er over heen gebonden. Drukt men met eenen vin-