Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
Proef c. In een lepel, die eenige druppels water of kof-
fij bevat, legge men een stukje suiker, dat met zijne onderste
oppervlakte de vloeistof aanraakt; deze zal, 't geen aan de
veranderde kleur te zien is, weldra in de suiker opstijgen en
ze geheel doortrekken. Tusschen de deeltjes der suiker bevinden
zich talrijke tusschenrnimten of poriën ; dezen vormen zamenhan-
gende kanalen, wier binnenwanden de vloeistof aantrekken. Op
dergelijke wijze laat de proef zich ook met een katoenen draad
verrigten, welks benedeneinde in eene vloeistof gedompeld is.
Door de capillariteit zuigt eene spons water in; vloeipa-
pier trekt inkt aan en neemt dien op; olie of spiritus stijgt
jn de lampenpitten en de inkt in de eng e spleet der
pen op. Doeken nemen bij het afdroogen van natte voorwer-
pen de vochtigheid op; muren, die uit te losse steenen bestaan,
blijven op natten grond steeds vochtig; in het schaaltje onder
een bloempot gieten wij water en rekenen er op, dat het we-
gens de capillariteit der losse aarde tot de wortels zal opstijgen.
Uitzetting Uitzetting der ligchamen, door capillariteit
bewerkt. In vele ligchamen toont zich de kracht der capilla-
riteit zoo groot, dat zij, terwijl zij steeds meer water aantrekt,
de deelen van het vaste ligchaam noodzaakt zich van elkander
te verwijderen, waardoor het vergroot en uitgebreid wordt. Op
eene treffende wijze toont dit de volgende proef.
Proef d. Eene strook vloeipapier ter breedte van een vin-
Fig. 92. ger wordt van boven door-
boord , en het eene einde van
een stuk ijzerdraad of eene
breinaald er doorheen gesto-
ken. Om het papier vast te
houden, worden doorboorde
stukjes kurk over het ijzer-
< '''ii.'';?! a', j^aaj geschoven en aan beide
zijden tegen het papier gedrukt. Het vrije einde van het papier
bevestige men met was onder aan den binnenwand van een