Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
aan de met 1 geteekende lijn opwaarts; het onderste gedeelte
van den toestel vormt alzoo twee communicerende buizen van
gelijke wijdte; daarin houden gelijke massa's elkander in
evenwigt, op gelijke wijze als de gelijke gewigten aan den ge-
lijkarmigen hefboom. Verder naar boven hebben de communice-
rende buizen echter ongelijke wijdte; tusschen de beide
horizontale lijnen 1 en 2 bevinden zich waterkolommen van
verschillenden omvang en gewigt; de wijdere buis bevat eene b.v.
vijfvoudige watermassa, dan zullen toch beiden elkander in
evenwigt en op gelijke hoogte houden. Om de reden daarvan uit
te vorsehen, neme men een rond houten staafje, omwinde het aan
zijn eene einde met vlas of werk en vorme zoo eenen zuiger,
die in de wijdere buis past. Men drukt er hem langzaam in,
opdat de lucht, die zich tusschen hem en het water bevindt,
door de tusschenruimten van het vlas naar boven ontwijken kan,
en giet, zoodra de zuiger het water aanraakt, er van boven een
weinig water op, ten einde hij naauwkeuriger sluite. Beweegt
men den zuiger een halven duim benedenwaarts, dan wordt daar-
door de grootere waterkolom een halven duim benedenwaarts
bewogen en te gelijk klimt de waterkolom, die zich in de engere
buis bevindt, vijf halve duimen. De kleinere waterkolom be-
weegt zich alzoo met vijfvoudige snelheid, evenals een
kleiner gewigt aan een vijf maal längeren hefboomsarm. De
andere waterkolom heeft een vijfvoudig gewigt en enkelvoudige
snelheid. Een mechanische arbeid of werking wordt echter vol-
gens § 16 en 17 even zoo goed door eene vijfvoudige snelheid,
als door beweging eener vijfvoudige massa vijf maal grooter dan
wanneer slechts de enkelvoudige massa met enkelvoudige snel-
heid bewogen werd. De wederzijdsche werkingen van beide com-
municerende waterkolommen zijn bij gevolg aan elkander vol-
komen gelijk, èn geene kan de andere bewegen. Stond de grootere
waterkolom lager, dan zou zij niet de vijfvoudige massa bevatten
en door de kleinere kolom zoo hoog opgeheven worden, totdat
dit het geval was.