Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
148
bieke palm water, en de bodem moet eene drukking van
1 pond uithouden. De bodem van het vat is 10 duim lang en
10 breed en heeft eene grootte van 10 x 10 = 100 vierkante
duimen. Er rusten op hem 100 naast elkander staande water-
kolommen, waarvan iedere op een vierkanten duim drukt. Ie-
dere dezer kolommen is 10 duim hoog; was zij, gelijk zij eenen
duim lang en breed is, ook slechts eenen duim hoog, dan zon
zij de ruimte van een kubiek duim innemen. Zoo echter
bevat iedere der 100 waterkolommen 10 kubieke duimen; het ge-
heele vat of eene kubieke palm omvat derhalve 100 x 10 = 1000
kubieke duimen. Een kubieke duim water bevat daarom het
1000ste deel van 1 pond, of 1 wigtje. Laat eene waterflesch
een bodem hebben van 9 vierkante duimen, en het water er
10 duim hoog in staan; hoe groot is de drukking, die de bo-
dem heeft uit te houden? De vorm der flesch komt niet in aan-
merking , maar de drukking is bij iederen vorm zoo groot alsof
de bodem van 9 vierkante duimen met eene waterkolom van
3 duim breedte en lengte en van 10 duim hoogte bezwaard
was. Deze waterkolom bevat 9 x 10 = 90 kubieke duimen wa-
ter en heeft een gewigt van 90 x 1 wigtje of 9 looden; zoo
groot is de drukking der in de flesch bevatte watermassa op
haren bodem.
Bij den eersten oogopslag zou het kunnen schijnen alsof vol-
gens de gevondene wet eene kleine watermassa de zelfde wer-
king deed als eene groote, en dit zou bevreemdend of wonder-
spreukig zijn. Daarom heet de wet zelve het hydrostati-
sche p a r a d O X O n (de waterweegkundige wonderspreuk).
Doch volgens § 16 is de drukking alleen nog volstrekt geen
arbeid of Mferking; zij wordt dit eerst, zoo als bij de persen,
wanneer zij eene beweging voortbrengt; de kleinere water-
massa zal dan de gelijke drukking slechts op een korteren weg,
een korteren tijd lang, kunnen uitoefenen.
Laat de beweegbare bodera van den Pascalschen toestel van
een opwaarts staanden, sluitenden rand voorzien zijn en zich