Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
ten; het beweegt zich naar de zijde, dewijl de zwaartekracht
de bovenste deeltjes der vloeistof benedenwaarts trekt en daar-
door de benedenste naar alle zijden verdringt.
Proef c. Men bestrijke de plaats van het emmertje on-
middellijk onder de geboorde opening met een weinig kaarssmeer
of stearine, opdat het water niet door den buitenwand van den
emmer aangetrokken worde en er bij afloope, en binde boven
aan den emmer een ongeveer 5 palm langen draad. Onder den
bodem hechte men met lak een stuk ijzerdraad van omtrent
drie palmen lang, dat eene loodregte rigting hebben moet, wan-
neer men den ledigen emmer aan den draad houdt. Dan plaatse
men op de tafel eene kurk, waarboven de punt eener naald uitsteekt,
en houde het emmertje aan den draad zoo, dat het benedenste
einde van het ijzerdraad zich naauwkeurig boven de punt der
naald bevindt. IJzerdraad en naald dienen om de ontstaande be-
weging duidelijker te doen opmerken. Giet men nu water in het
vat, dan vloeit het er uit, en het vat beweegt zich naar de zijde
tegenover de opening en hangt schuin. Het water onder in het
emmertje tracht zich naar alle zijden te bewegen en oefent der-
halve eene drukking in het rond uit; naar de eene zijde vloeit
het werkelijk uit en bewerkt hier geene drukking; naar de te-
genover liggende zijde drukt het en beweegt daarheen het ge-
heele vat.
Om de zelfde proef met eene glazen buis van omstreeks 2
Fig 75 P®'™®" en 2 a 3 duimen wijd te verrigten,
steekt men €r van onderen eene dubbel doorboorde
I kurk in. Men doorbore ze met eene ronde vijl, een
zoogenaamden rottestaart, gelijk ze in iederen ijzer-
winkel te bekomen is, in hare geheele lengte en
sluit het geboorde gat van onderen weder met lak;
dan doorboort men de kurk van de regter naar de
linker zijde en sluit de opening ter linker zijde met
lak. De opening ter regter zijde moet met vet be-
streken worden en omstreeks 4 strepen wijd zijn.