Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
vensterglas van elkander te scheiden. De deelen van een vast
ligchaam hangen, gelijk daaruit blijkt, met aanmerkelijke kracht
aan elkander en maken eene aanwending van kracht en arbeid
noodig, wanneer zij gescheiden moeten worden.
Veel geringer is de zamenhang, welke de deelen eener vloei-
stof aan elkander vasthoudt. Eeeds wanneer men tegen een
met water gevuld glas stoot, of het uit den loodregten in een
schuinen stand brengt, blijkt het, dat de waterdeeltjes met
groote gemakkelijkheid zich van de aangrenzende verwijderen,
zich in de nabijheid van andere schuiven en in elke rigting el-
kander gemakkelijk voorbijglijden. Bij het uitgieten van een wei-
nig water scheiden eenisre deelen zich geheel en al van de ove-
O O O
rige watermassa. Deze groote beweegbaarheid en ver-
schuifbaarheid harer deelen nemen wij aan alle vloeistof-
fen waar, en het ongehinderde verder glijden van de deelen der
vloeistoflen naast of over andere drukken wij uit met het woord
„vloeijen."
Drup- 76. De bolvormige gedaante van kleine hoeveelhe-
^^^ vloeistoffen.
Proef. Men neme een stukje papier en late het met olie
of vet doortrekken. Het gemakkelijkste neemt men daartoe
een stuk van eene smeer- of stearinekaars, houdt het in eene
vlam, tot het gedeeltelijk smelt en bestrijkt met de smeltende
plaats meermalen het papier. Brengt men eene zeer kleine hoe-
veelheid water, omtrent zoo veel als aan de in water gedoopte
punt van een mes blijft hangen, op het met vet gedrenkte pa-
pier, dan neemt het waiter de gedaante van een kleinen kogel
aan en vormt droppels. Gelijk kleine hoeveelheden water dit
op eene vettige vlakte doen, zoo zien wij ook vrij vallende
kleine massa 's eener vloeistof zich om een middelpunt rangschik-
ken en van zeiven eene bolvormige gedaante aannemen.
Tranen, die over de wangen rollen, regen droppelen,
die afzonderlijk neervallen, ende dauw, dien wij inden vorm