Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
naar de polen toe sneller slingert. Daaruit volgt, dat het zelfde
ligchaam onder den evenaar door de zwaartekracht minder sterk
aangetrokken wordt en eene geringere drukking uitoefent dan
aan de polen.
Daar nu de zwaartekracht des te geringer moet zijn, hoe Afplat-
verder men zich van het middelpunt der aarde verwijdert,
en daar zij volgens de waarnemingen aan den slinger a a n d e n
a e q u a t O r geringer is, zoo is daaruit af te leiden , dat ieder
punt der evennachtslijn van het middelpunt der aarde verder ver-
wijderd is dan een punt in de nabijheid der polen. De aarde is
niet volkomen bolrond, maar zij ^s aan de polen afgeplat,
zoodat de as der aarde korter is dan de middellijn des aequa-
tors. Bovendien komt hierbij in aanmerking, dat de centrifu-
gaalwerking, door de omdraaijing der aarde om Hare as voort-
gebragt, in de nabijheid van den aequator het grootste is en de
zwaartekracht tegenwerkt. Dat zij daar het grootst moet zijn laat
zich gemakkelijk begrijpen, wanneer men in aanmerking neemt,
dat eenig deel van de oppervlakte der aarde, of eenig daarop
geplaatst voorwerp, altijd in 24 uren eenen geheelen kring om
de as der aarde beschrijft, onverschillig waar het ook geplaatst
zij. Hoe verder echter die plaats van de polen afligt, des te
grooter is die kring, des te sneller moet dus ook de beweging
en des te grooter de centrifugaalwerking zijn.
67*. De omdraaijing der aarde om hare as door Slinger-
den slinger zigtbaar gemaakt. Door eene merkwaardige yoor
toepassing van de wet der inertie is het ook mogelijk, de omwente-
dagelijksche beweging der aarde om hare as met ^^arde!^
behulp van eenen slinger aanschouwelijk te maken. Als men
namelijk eenen draadslinger van minstens 4 a 5 ellen lang,
en waarvan het slingergewigt een zuiver en zonder lucht-
blazen gegoten looden bol is van ten minste 4 ponden gewigt,
aan de zoldering eener kamer ophangt, die men door alle voor-
zorgen geheel of althans genoegzaam togtvrij heeft gemaakt.