Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
zullen sneller geschieden dan die van een even zoo langen
draadslinger, welks draad zoo goed als in 't geheel geen gewigt
heeft. Hierbij slingert namelijk niet alleen het onderste eindpunt
der stang, maar ook alle daarboven liggende punten hebben
gewigt; zij vormen kortere slingers en noodzaken den geheelen
stangslinger, die er als 't ware uit zamengesteld is, tot sneller
beweging. Spreekt men van de lengte van den stangslinger,
dan bedoelt men niet het werkelijk aantal zijner duimen lengte,
maar de lengte van een eenvoudigen slinger,
die met hem even snel schommelt. Men late daarom
een draadslinger, dien men met de hand houden kan, naast
den stangslinger schommelen, en verlenge of verkorte zijnen
draad, totdat beide slingers gelijke slingertijden hebben. Is de
slingerstang 30 duim lang, dan zal de met hem gelijk slinge-
rende draadslinger 20 duim lang zijn; daar dus zijne slingeringen
met die van een draadslinger van 20 duim gelijk zijn, zal men
van dezen stangslinger zeggen, dat het een slinger van 20 duim
lengte is.
De slin- 67. De slinger als maat voor de zwaartekracht,
^maat^ Een slinger, wiens lengte 994 strepen bedraagt , volbrengt
voorde in onze landen in iedere minuut 60 slingeringen, gebruikt
^^^^ slingering eene seconde en wordt daarom
een secondeslinger genaamd. De beweging des slingers
wordt door de zwaartekracht voortgebragt. Is de zwaarte-
kracht op alle plaatsen van de oppervlakte der aarde even groot,
dan moet zij aan een en den zelfden slinger ook overal de zelfde
snelheid mededeelen en onze secondeslinger moet dus overal juist
Fig. 67. 60 slingeringen in eene minuut volbrengen.
Veelvuldige waarnemingen hebben echter ge-
leerd dat onze secondeslinger in de nabijheid
der evennachtslijn minder, in de nabijheid
der polen meer dan zestig slingeringen in de
minuut doet, of dat hij onderden ae qua tor langzamer,