Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
afwijkt, dan zijn de wegen, die zij vallende doorloopen zulleu,
even schuin, maar niet van gelijke lengte, en wel heeft de vier
maal zoo lange slinger den boog van een vier maal zoo grooten
cirkel, derhalve een vier maal zoo langen boog, te
doorloopen. Volgens de tweede wet van den val der ligchamen
doorloopt een vallend ligchaam den viervoudigen weg in den
dubbelen tijd. Daarom is het te verwachten, dat de vier maal
zoo lange slinger tot zijne slingering den dubbelen tijd gebruikt.
Laat men nu de beide slingers in willekeurige, niet te groote
bogen slingeren, dan zal in den zelfden tijd de langste een,
en de kortste altijd twee schommelingen uitvoeren.
Derde wet des slingers: Langere slingers
schommelen langzamer dan kortere,
en welzoo, dat een slinger van vier-
voudige lengte den dubbelen, van ne-
genvoudige den drievoudigen, van
zestienvoudige den viervoudigen tijd
tot iedere slingering gebruikt.
66. De staafslinger. De slingerwetten gelden voor De staaf-
iederen slinger, welke inrigting hij ook hebben mag; alleen moet slinger,
men onder de lengte van eenigen slinger altijd de lengte van
den eenvoudigen draadslinger verstaan, die met hem een gelij-
ken slingertijd heeft.
Proef. Van twee metalen stangen of breinaalden laat zich
Fig. 66. gemakkelijk een slinger zamenstellen, die vrij \
lang schommelt. De eene stang, welke den
slinger zeiven moet uitmaken, worde met haar
boveneinde tot in het midden eener kurk
gestoken; eene tweede stang, welke de as
des slingers worden moet, schuive men in
horizontale rigting van ter zijde in de kurk en legge ze op eene
tafel of een drinkglas, zoodat de slingerstang zich vrij heen en
weêr bewegen kan. De schommelingen van dezen stangslinger
.3