Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
Tweede
wet des
slingers.
65, Duur der slingeringen van ongelijke slingers.
Proef. Men make onderscheidene draadslingers en geve
aan den eenen een kogel van was, aan den tweeden een meta-
len, aan denderden een houten kogel; in grootte en gewigt
mogen de kogels verschillend zijn, maar de lengte der verschil-
lende slingers, van het middelpunt van den kogel tot het op-
hangpunt van den draad, zij bij allen naauwkeurig de zelfde.
Deze slingers zullen hunne slingeringen in den zelfden tijd uit-
voeren. Daaruit volgt dat het voor den duur der slingering noch
op het gewigt noch op de stof van den kogel, maar slechts o p
de lengte van den draad des slingers aankomt.
De wassen en de metalen kogel vallen, wanneer men ze even
ver van den loodregten stand verwijdert, in gelijken tijd door
den zelfden boog, daar de tegenstand der lucht niet aanmerke-
lijk is, en leeren, dat de verschillende ligchamen
even snel vallen, wanneer de tegenstand der lucht niet in
aanmerking komt. Hieruit volgt de
Tweede slingerwet: De slingert ij den ziji>
onafhankelijk van de grootte van het
slingergewigt, zoo wel als van den aard
der stof, waaruit dit bestaat; zij rigten
zich alléén naar de lengte des slingers.
Derde
wet des
slingers.
Fig. 65.
65*. Derde wet des slingers.
Proef. Verkort men een der twee gelijke slingers, da»
schommelt hij sneller. Om waar te nemen
hoe menigmaal sneller zijne schommelingen
zijn, met die van een längeren slinger ver-
geleken , hange men twee slingers naast elk-
ander , van welke de eene vier maal zoo lang
is als de andere. Verbeeldt men zich beiden
eerst zoo ver zijwaarts gedrukt, dat hunne
rigting even ver van den loodregten stand