Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
116
Proef r. Wanneer een ronddraaijend ligchaam zijne ge-
daante veranderen kan, dan moet dit afgeplat worden. Eene brei-
naald zij de as, om welke een zoodanig ligchaam gedraaid moet
worden; haar onderste einde worde ligt beweegbaar in de lin-
ker hand gehouden; aan het boveneinde grijpe de regter hand de
loodregt staande naald aan en draaije ze snel om. De beweging
der draaijende vingers blijkt geheel en al onregelmatig te zijn;
men heeft dus een regulator, bij voorbeeld een vliegwiel, noo-
dig. Derhalve schuive men eene kurk, die door hare wrijving
aan de naald vastzit, over haar boveneinde, zoodat daarboven
eene plaats tot aanvatten vrij blijft, en steke door de kurk in
horizontale rigting eene of twee breinaalden. Deze vervullen, of-
schoon ook minder volkomen, de dienst van een vliegwiel. In
eene strook stevig papier, twee vingers breed, van de lengte
van een vel, wordt dan in haar midden eene groote opening
gesneden, de loodregte as met het benedeneinde daar doorheen
geschoven en ieder einde der strook papier boven op de kurk
Fig. 62.
met eene speld vastgestoken. Nadat
men de geheele strook papier in den
vorm van een cirkel heeft gebogen,
draaije men de as snel rond; de deelen
der strook worden dan al verder en
verder van de as verwijderd en de
kring neemt eene afgeplatte gedaante
aan, terwijl hij zich naar de linker en
regter zijde uitbreidt en het onderste
gedeelte opheft. Eer de aarde in een
vasten toestand overging, moet hare omwenteling om hare as
haar eene afgeplatte gedaante gegeven hebben, zoodat hare as
korter moest zijn dan de middellijn van den aequator. Draait
men den toestel eens zeer sterk, een ander maal slechts met
geringer kracht, dan zal de centrifugaalwerking den cirkelvorm
der strook eerst sterk, vervolgens weinig in de breedte trekken,
en de eerste maal het onderste deel van het papier hoog, de