Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
113
laten, en zijne nieuwe rigtingslijn zal aanvankelijk eene raaklijn
van den cirkel zijn.
Proef De rand van het deksel eener kartonnen doos
worde van boven op drie plaatsen doorboord, daaraan drie dra-
Fig. 60. den van 2 a 3 palmen lang bevestigd en deze
van boven te zamen gebonden. Wanneer men dit
bakje aaa de draden optilt, moet het horizon-
taal hangen. Men vuile het met goed droog zand,
draaije, terwijl het nog in rust op de tafel staat,
de draden in elkander, ligte het op, wanneer
zij zoo ver mogelijk ineengedraaid zijn, en draaije
ze nog verder. Laat men nu, als de draden zoo ver mogelijk
ineen gedraaid zijn, het bakje los, terwijl men slechts den knoop
der draden blijft vasthouden, dan draait het bakje snel om en
dan vliegen de zandkorrels, door de tangentiaalkracht gedreven
en slechts door de geringere wrijving vastgehouden, naar alle
zijden in de rigting der tangenten uit het bakje of tot aan zijnen
rand, zoodat zich in het midden een kuil vormt.
Op dergelijke wijze verlaat ook de steen van den slinger^ Bekende
wanneer hij niet meer vastgehouden wordt, zijne cirkelvormige
loopbaan in de rigting der raaklijn. Het koren, dat gemalen eener
zal worden, wordt door de bovenste opening van den omloo-
penden molensteen ingeschud, door de kringvormige beweging, kracht,
terwijl het verbrijzeld wordt, naar de randen der steenen gevoerd
en als meel in tangentiale rigting uitgeworpen. Aan eenen
slijpsteen, die dooreen bak loopt, welke water bevat, blijven
waterdeeltjes vastzitten; zij spatten zijwaarts weg, zoodra de
slijpsteen snel gedraaid en daardoor de tangentiaalkracht ver-
groot wordt; iets dergelijks merkt men op aan het zand, dat
aan de wielen der rijtuigen blijft zitten.
61. Bijzondere uitwerkselen eener tangentiaalkracht Bijzon-
Aan eenen kogel, dien men aan eenen draad houdt, en van ter
zijde aangestooten heeft, openbaart zich de tangentiaalkracht eener
cr. nat. 8