Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
vastheid der schijf het terstond dwingt die te verlaten; volgens
de wet der inertie moet het zich verder bewegen, indien slechts
de wrijving niet te groot is; maar de kracht, die het vasthoudt,
leidt het onafgebroken van zijne rigting af en geeft het de rigtin-
gen 3,4,5 en zoo voorts. De van ter zijde aanstootende kracht
moet daarom in de rigting van eene lijn, die den cirkel in één
punt aanraakt, gewerkt hebben, en wordt, daar de raaklijnen
tangenten heeten, met den naam van tangentiaalkracht
bestempeld.
Proef h. Aan eenen draad, over eene katrol gelegd, hange
men een gewigt of eenen niet al te kleinen sleutel. Trekt men
dan het vrije einde van den draad na elkander in loodregte,
horizontale en in verschillende schuine rigtingen, dan geeft steeds
het stuk van den draad, van de trekkende hand tot aan de katrol,
de rigting der tangentiaalkracht aan; als zoodanig
werkt de hand aan de plaats der katrol, waar de draad ze ver-
laat, en brengt ze in draaijende beweging. Zoo wordt iedere slede,
die op het ijs aan een paal gebonden is en daar omheen in een
kring zich bewegen moet, ieder carrousel, ieder rad in de rig-
ting der raaklijn aangestooten.
Alleen 60. Weder te voorschijn treden der tangentiaal-
^e'tan" Wanneer wij een ligchaam zien draaijen of zich in een
gentiaal kring bewegen , denken wij er niet terstond aan, dat zijne be-
kracht. ^^eging geenszins eene eenvoudige, maar eene zamengestelde
beweging is, die het aan twee krachten te danken heeft.
Houdt intusschen de eene dezer krachten, de vasthoudende of
aantrekkende middelspuntkracht, op, dan wordt de werking der
andere, de tangentiaalkracht, weder duidelijk zigtbaar.
Proef a. Nadat men den draad, waaraan een bal beves-
tigd is, met de hand verscheidene malen omgezwaaid en op de
kringvormige baan gelet heeft, late men den draad los en make
daardoor als het ware aan het werken der aantrekkende middel-
puntskracht een einde. De bal zal zijne baan in regte lijn ver-