Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
Fi"- 55. de werking weder af, en heeft
de kruk haar laagsten stand in het
punt II loodregt onder het middelpunt des
cirkels bereikt, dan is zij in het tweede
doode punt harer baan aangekomen,
in hetwelk de kracht haar niet meer kan
draaijen, maar slechts neerdrukken. Dan
.j groeit de werking der stang weder tot
! den middelsten horizontalen stand der
kruk en neemt in 't vervolg der beweging
ten tweeden male af, totdat zij in
het eerste doode punt bijna geheel ophoudt. Daaruit volgt dus:
In twee punten harer baan kan de kracht aan de kruk en
de door haar gedrevene arbeidsmachines volstrekt geene
beweging mededeelen; op de andere plaatsen der baan toont
zich de werking der kracht hoogst veranderlijk, en d e bewe-
ging wordt nu snel, dan langzaam. Eene zoo onre-
gelmatige beweging, gelijk diensvolgens het voortreffelijkste werk-
tuig tot het voortbrengen eener radbeweging levert, is tot het
werk der arbeidsmachines geheel onbruikbaar, en zij moet eerst
door de derde soort van tusschenwerktuigen regelmatig gemaakt
of geregeld worden.
Qgre- De d u i m s p i 1 draait zich, wanneer zij juist den hamer op-
gelma- heft, langzaam; is echter de hamer hoog genoeg opgeheven, dan
weging hfiëft zij g e e n a r b e i d en loopt eensklaps sneller, totdat zij den
der duim- hamer weder aangrijpt. Op het zelfde oogenblik wordt hare snel-
heid gestuit, en de geheele machine ontvangt een stoot, waar-
door zij weldra onbruikbaar zou worden. Bovendien is de wer-
king der kracht in het tijdsverloop tusschen het neervallen en
het opheffen des hamers ongebruikt gebleven.
Onregel- pgj,]^ jjjgj gigghtg ^g tweede soort der tusschenwerktuigen,
matige °
bewe- maar ook de krachtmachines zeiven hebben een onregel-
kra^M*^ matigen gang. Want veranderlijk zijn de werkingen aller krach-
machines, ten, waarover wij te beschikken hebben. Noch de werking van