Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
zijn steunpunt, zoo als aan den hefboom onder aan het spinne-
wiel. Onder het vrije einde der staaf worde nu de doos gehou-
den en met de hand om de as gedraaid; de staaf zal zieh op-
en neêr bewegen. Daar de as digt bij den rand aangebragt is,
ligt bij het omdraaijen der doos nu haar kleiner, dan haar grooter
gedeelte boven de as, waardoor het rijzen en dalen van den
hefboom wordt voortgebragt.
Eene schijf, welker omwentelingsas niet door haar middelpunt
gaat, wordt een rond excentriek genoemd. Menigmaal
heeft zulk eene schijf ook eene hartvormige gedaante. Het ronde Hartvor-
excentriek wordt gebezigd bij de daarnaar genaamde excentrie- ""S®
ken der stoomwerktuigen, het hartvormige in spinmachines, trieken.
waar het de spoelen heen en weêr schuift, opdat de draad zich
op deze overal gelijkmatig ontwikkelc.
C. WERKTUIGEN TOT HET REGELEN DER BE- Derde
WEGING. (REGULATORS).
schen
werk-
tuigen.
56. Noodzakelijkheid der regulators. Reeds bij het
omdraaijen van de tot proef 5 2 gebezigde kleine kruk moet zich
een gebrek geopenbaard hebben, waaraan de werktuigen, die
tot het veranderen der soort van beweging dienen, zijn bloot-
gesteld. Wanneer de kracht boven aan de verbindingsstang aan-
grijpt , en aan de kruk hare hoogste standplaats lood-
regt boven het middelpunt harer cirkelvormige beweging gege-
ven heeft, dan kan die stang haar op dit oogenblik volstrekt
niet verder in hare baan bewegen, maar slechts omhoog trek-
ken en daardoor de wrijving harer as vermeerderen. In dit punt
I is de kracht der stang werkeloos en dood; het is een dood
punt in den omloop. Draait zich de kruk van daar regts, dan
neemt de werking der verbindingsstang voortdurend toe tot-
dat de kruk haren midden- of horizontalen stand inneemt. Daar-^