Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
104
Fig. 53.
eene horizontale as en
maakt een tweearmigen
hefboom uit, wiens kort-
ste arm door de duimen
der spil nedergedrukt
wordt. De kop van den
hamer doorloopt derhalve
een grooteren weg en valt van eene des te grootere hoogte op
het aambeeld neder. In de oliemolens wordt door de düim-
spil de zware hamer opgeheven, die op de wiggen der pers
slaat.
In de papier- en volmolens grijpen de duimen der
spil digt bij zijnen kop onder den hamer, welks steel dan
een eenarmige hefboom is; in de smelthutten drukken zij
van boven de groote blaasbalgen neer, die door hefboomen en
gewigten weder naar boven getrokken worden. Ook in speel-
d o o z e n en speeluurwerken vinden wij duimspillen , wier stif-
ten de toongevende veêren bewegen.
III. DE EXCENTRIEKE SCHIJVEN.
55, Het ronde excentriek.
Het ronde Proef. Door eene ronde, niet te kleine doos steke men
excen- als as, om welke zij gedraaid kan worden, eene breinaald, doch
triek. ■ x j , ,
Fig. 54. niet door het
midden der
platte vlakken,
maar digt bij den
rand. Voorts ne-
' " me men eene
staaf of een liniaal, binde om haar eene einde een band en legge
het vrij blijvende stuk van den band tusschen planken of boe-
ken vast. De staaf maakt een eenarmigen hefboom uit, de band