Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
c h i n e voor de bewegende kracht van den voet ingerigt wor-
den , die zich door kleine ruimten, langzaam benedenwaarts be-
weegt ; voor eene zoodanige beweging is een eenarmige hefboom,
de trede, geschikt, die door het opzetten van den voet ne-
dergedrukt wordt. Tevens mag er, gelijk reeds aan den hef-
boom geschiedt, dewijl de arbeidsmachine weinig kracht uit te
oefenen heeft, aan kracht verloren en dus aan snelheid gewon-
nen worden. De krachtmachine van het spinnewiel heeft eene
op- en neergaande beweging, en toch moet de arbeidsmachine
eene radbeweging verkrijgen; er wordt daarom in de eerste plaats
een tusschenwerktuig noodig om de op- en neer-
gaande beweging in eene radbeweging te veran-
deren; deze taak wordt verrigt door de van den hefboom
opwaarts gaande stang die eene kurk draait en te gelijk de
beweging tot de gepaste hoogte voortleidt. De kruk kan echter
niet aan de spil zelve bevestigd worden en deze omdraaijen;
want de beweging is vooreerst nog te langzaam, en ten tweede,
daar de voet den hefboom slechts nederdrukt en niet weêr op-
waarts beweegt, derhalve slechts de helft van den tijd bij tus-
schenpoozen arbeidt, nog zeer onregelmatig. Derhalve laat men
de kruk een rad van bepaald gewigt omdraaijen, dat eenmaal
in beweging gebragt, een tijd lang eene vrij regelmatige
beweging behoudt. Op zulke wijze regelmatig gemaakt of g e-
r e g e 1 d, moet de arbeid nog tot de arbeidsmachine v o o r t g e-
leid worden en wel op zoodanige wijze, dat deze eene groo-
tere snelheid verkrijgt; daartoe dient het snoer, dat tot aan de
klos leidt, en daarom geeft men aan het rad een zoo grooten om-
vang, opdat, terwijl het zich eenmaal omdraait, de klos verschil-
lende omdraaijingen volbrengt. Op deze wijze onderscheidt men
de tusschenwerktuigen naar hun drievoudig doel in drie soorten:
A. Werktuigen tot het voortleiden der beweging.
B. Werktuigen ter verandering van den aard der beweging:
van eene radbeweging in eene heen en weêr gaande en
omgekeerd b. v.