Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
een roos van een anjelier, van een eik, van een populier, enz.
verschilt. Terwijl dus reeds de oningewijde — zonder van
het „waarom?" juiste rekenschap te kunnen geven— eene
onderscheiding maakt tusschen deze en gene plant, behoort
het O. a. tot de taak der plantkunde, aan te wijzen, wat
daartoe regt geeft, en gaat zij nog eenen stap verder door
de gronden te doen kennen, waarop men al de gewassen
in zekere groepen kan rangschikken, en wel in veel scher-
per omtrekken dan gij het welligt tot dusverre deedt, wan-
neer gij, alweder door onbepaalde indrukken daartoe geleid,
gewoon waart zekere groepen, zoo als : grassen, cactussen, enz. te
onderscheiden. Het is hier nog de plaats niet, dit onderwerp
in nadere bijzonderheden te bespreken; het aangevoerde
strekke slechts om u te doen begrijpen, dat, wanneer gij b. v.
van „zwammen", „wieren", „korstmossen", „kegeldragenden'",
„een"- of ,,tweezaadlobbigen", enz. gewag vindt gemaakt, daar-
jncde kleinere of grootere groepen van zekere gewassen be-
doeld worden, en dat deze groepering door de plantkundigen
alzoo is vastgesteld wegens bepaalde redenen, welke u ook
nog later zullen ontvouwd Avorden.
I. Zwam- en korstmosweefsel. Wanneer men eene
plant, tot de zwammen (*) of korstmossen (f) behoorende, mi-
kroskopisch onderzoekt, dan zal men (behalve bij de eenvoudig-
ste zwammen, die namelijk slechts uit ééne of eenige zeer
weinige cellen bestaan,) draadvormige, meestal vertakte en
onderling dooreengewarde cellen (waarne-
vens ook nog bolronde of meer buisvor-
mige) aantreffen, zoo als men ze in geene
andere plantengroep ontmoet. Niet alleen
echter in dien eigenaardigen vorm, maar
ook in hare scheikundige zamenstelling ligt de
grond, om zulk eene celvereeniging als eene
10. Draadweefsel van bijzondere weefselsoort te beschouwen. De
zwarameii en korsl^l(lssen..^v.^n(l jier cellen wordt namelijk bijna nooit
door jodium-oplossing en zwavelzuur blaauw gekleurd. Dc
(♦) In het Liitiin: Fungi. (f) Lichines.
70. Van eene zwam, Clavdria geheeten.