Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
plant is Yeo en hare lengte Vs streep; de
bastcellen van vlas zijn 21/3 streep breed en
ruim 8 streep lang, enz.). Nog langer worden
vele cylindervormige cellen, welke tot haarvor-
mingen van gewassen behooren (zoo worden die
van boomwol of katoen dikwijls 1 tot 2 duim lang);
dezelfde of zelfs eene dubbele lengte bereiken
de zoogenaamde stuifmeelcellen bij haren verde-
ren groei tot buizen. De grootste cellen vindt
men onder die wieren, welke uit ééne of eenige
weinige cellen bestaan (b. v. Vaucheria, Bryop-
sis , Chara, enz.); bij de laatsten vindt men er,
die eenige duimen in overlangsche en Y3 streep
68. Vlas. in dwarse doorsnede bedragen. Hiertoe be-69.KatOBD.
hoort ook eene in de zee levende plant, Caulerpa geheeten,
die slechts uit ééne enkele cel bestaat, welke dikwerf 1
voet lang wordt en zoo groeit, dat men er den vorm van
stengels, takken, bladen en wortels in herkent. Daar er nu
tusschen de beide genoemde uitersten van ^/sooo streep en 1
voet alle mogelijke overgangen in de grootte voorkomen,
zal men zich ligt eene voorstelling kunnen maken van do
verscheidenheid, welke ook in dit opzigt de cellen opleveren.
Terwijl ons nu het tot hiertoe medegedeelde bereids eenig
denkbeeld kan geven van de afwisselende toestanden, waar-
onder de cel, op zich zelve beschouwd, kan optreden, en daar-
door reeds eenige opheldering wordt verschaft omtrent het
voor oningewijden schier ongeloofbare feit, dat zulk een een-
voudig gewrocht den grondslag vormt, waarop het maaksel
van alle bestaande gewassen berust, zal dit nog duidelijker
verklaarbaar worden, indien wij eene schrede verder gaan
en onderzoeken, welke verschillende vormsels er ontstaan,
wanneer meer cellen met elkander vereenigd zijn.
68. Eene bastcel uit don stengel der vlusplant (Zinum üsitaUssimum).
69. Een haar op het zaad der katoenplunt (Qosfj/pium herbéceum). ïn beide fignreo
is slechts een gedeelte der cel voorgesteld.
5