Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
F:i;l:;;iS.r in ii. , li'ilMPaa
V

V O O H B E R I G ï.
Meermalen werd mij de vraag gedaan, of er ook een in
liet Ilollandsch geschreven werkje bestond, door welks lezing
men zich, zonder daarbij gestadig door de voorlichting van
eenen deskundige te worden geleid, van den tegenwoordigen
omvang der plantkunde eenige kennis kon verschaffen. Men
somde daarbij als voorbeelden verscheidene werkjes op,
waarin met zoodanige bedoeling schei- of natuurkunde be-
handeld waren en wenschte daarnevens ook een gelijksoortig
voor plantkunde genoemd te zien. Zonder nu iets te kort te
Avillen doen aan de meerdere of mindere voortreffelijkheid
van menige oorspronkelijke of vertaalde Ilollandsche uitgave
van schetsen, hand- of leerboeken over plantkunde, enz.
mogfc ik er intusschen niet in slagen, onder de mij be-
kende eene te vinden, welke ik veilig dengene kon aanbe-
velen, ■ op wiens weg het niet lag, zich uitsluitend aan „stu-
deren" toe te wijden : veilig namelijk, met het vooruitzigt, dat
men het werk steeds met lust en ijver tot aan het slot door-
lezen zou. De grootste hinderpaal daarvoor was in den re-
gel die statige, geleerde kleedij, welke men der „beminnelijke
wetenschap" om de schouders had geworpen, en waardoor
zij voor den oningewijde (die gewoon is den man naar de
kleêren af te meten) zulk een deftig en ontzagwekkend aan-
zien verkreeg, dat hij het niet wagen durfde, haar regtstreeks
in de oogen te zien. Verre van mij, om te willen aannemen,
dat men bij de populaire voorstelling van eenen tak van we-
tenschap, zoo als b. v. de plantkunde, mag of liever kan
afdalen tot het gebruik van eenen taalvorm, welke voor
ieder zonder onderscheid verstaanbaar zou zijn. Zoodra er