Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
vormigc vlies vormt echter niet alleen de cel; hiertoe behoort
namelijk ook de geheele inhoud van vloeibare of vaste stoffen.
Beiden zullen wij achtereenvolgens bespreken.
Wat dus in de eerste plaats den cel wand betreft, zoo onder-
scheidt zich deze, behalve door de reeds genoemde bijzonder-
heden, door zijne scheikundige zamenstelling en door de eigen-
schap, om, bij verderen groei der cel, veranderingen in grootte,
dikte, gedaante, enz. te kunnen ondergaan.
Van alle jeugdige plantencellen (behalve van de meeste
zwammen en kortmossen) wordt de wand door zwavelzuur en
jodium-oplossing of door chloorzink-jodium-oplossing blaauw
gekleurd. (*) Dit bewijst dus, dat zij uit cellulose bestaat
(z. b. bl. 36). Oudere plantencellen vertoonen vaak, bij
aanwending derzelfde stoffen, deze verkleuring niet, doordien
hier de celstof geheel of gedeeltelijk vervangen is door hout-,
kurk-, proteïne- of eenige andere stof, waardoor in zoodanig
geval de celwand dan ook bij aanwending van herkennings-
middelen al die veranderingen vertoont, welke boven bl.
37 en volg. zijn opgegeven.
De celwand vertoont zich vooral dan regt duidelijk om-
schreven, vranneer men hem met een droppel verdunden
alkohol of salpeterzuur bevochtigt. De inhoud der cel trekt
zich namelijk alsdan naar het midden te zamen en laat
zoo den celwand vrij op zich zeiven liggen.
Reeds bij deze eenvoudige proefnemingen, of wel bereids na
de bevochtiging met water, zal het den waarnemer blijken,
dat de celwand zich aanmerkelijk uitzet, zoodat de cellen
alsdan een grooteren omvang vertoonen dan in droogen
staat. Die uitzetting kan soms zoo ver gaan, dat de wand
berst. Zij is het gevolg daarvan, dat de cellulose zeer ge-
makkelijk vloeistoffen door zich heen laat trekken (z. b. bl.37),
zoodat deze dan ook tot binnen in de cel indringen en haar,
zoo als gezegd is, doen opzwellen.
Wanneer men met herkenningsmiddelen onder het mikroskoop werken wil,
bedekke men het voorwerp liefst altijd met een dekglaasje, om de lenzen niet met
vocht of dampen in aanraking te brengen. Gewoonlijk laat men een droppel van
de te gebruiken vloeistof, door middel van een glazen staafje, op het voorwerpglas
langs den rand van het dekglaasje vallen, waarna deze dan meestal van zelf naar
het voorwerp heentrekt. Terwyl dit geschiedt, blyve men steeds door het mikro-
skoop heenzion, om de nu langzaam ontstaande verkleuringen, enz. tc kunnen
waarnemen.