Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
met zacht oud linnen of neteldoek. Het water, waarvan men
zich tot kortstondige bewaring of bevochtiging der voorwer-
pen of doorsneden op de dekglaasjes bedient, moet telkens
ververscht worden ; gedestilleerd water daarvoor te gebrui-
ken, is het veiligst. Men begrijpt toch wel, dat de aanwe-
zigheid van het geringste vreemde bijmengsel, hetwelk voor
het bloote oog onzigtbaar is, terstond door hot mikroskoop
verraden wordt. Den meer geoefende waarnemer zouden zij
zelfs tot dwaling kunnen aanleiding geven, doch vooral zou-
den zij bij den aanvangenden beoefenaar der plantkunde
verkeerde voorstellingen kunnen vestigen.
En nu met lust en ijver het mikroskoop ter hand geno-
men en daarmede, zoo veel mogelijk, door eigene aanschou-
wing, de fondamenten van het planten-gebouw onderzocht!
In de meeste onzer grootere en kleinere tuinen komt tegen-
woordig een heester voor, „sneeuwbes" (*) genaamd, waar-
aan van Junij tot Augustus rozenroode bloempjes ontluiken,
welke door fraaije, witte vruchten, ter grootte van radijzen,
gevolgd worden. Indien men van deze vruchten (welke soms
den geheelen herfst of langer blijven voortbestaan) het schil-
letje aftrekt, met een naaldje het melige vruchtmoes afkrabt
en nu het schraapsel op een met water bevochtigd glasplaatje
uitspreidt, dan zal men, wanneer men dit door
het mikroskoop beziet, duidelijk plantencellen
daarin kunnen waarnemen, nagenoeg overeen-
komende met de hiernevens afgebeelde. Deze
en alle andere plantencellen nu bestaan in
jeugdigen toestand uit een bolvormig of lang-
werpig rondom gesloten blaasje of zakje, waar-
53. JoDjs van de wand alsdan een zeer dun, kleurloos
planlenCBl. en doorschijnend vlies is. Dit blaas- of zak-
(») Symphortcdrpos racemósa.
53. De buitenste omtrek stelt den wand der cel voor; liet in 't midden gelegene
Ilgchaamiye is de kern cn de daarvan uitgaande stranlvonnlge stroompjes bestaan
uit pijsma (z. b. bl. 42), hetwelk in beweging verkeert