Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
ontstaan door de bijzondere, elkander opvolgende ligging der
onderscheidene lagen. In eiken zetmcelkorrel is de buitenste
jaag steeds de eerst gevormde en ook het hardst. Dikwijls is
in eiken zetmeelkorrel een weekere plek, de „kern" genaamd,
waarneembaar; soms vindt men in denzelfden korrel meer
kernen. In koud water zijn de zetmeclkorrcls onoplosbaar;
in kokend water of in aanraking met zuren zwellen zij op;
de weekste, d. i. het meeste water bevattende, derhalve ge-
woonlijk de binnenste deelen der korrels zwellen hot eerst op ;
daardoor bersten dikwijls de buitenste lagen. (Zulk eene in
kokend water gezwollene zetmeelmassa vormt o. a. de bekende
stijfselpap.) Tegelijk met de opzwelling, bewerkt door kokend
water, verdunde zuren of loogen, worden de zetmeelkorrels
van binnen naar buiten opgelost. Door sterke zuren, pro-
teïne-stoffen, enz. geschiedt dit van buiten naar binnen. Het
roosten der zetmeelkorrels (zoo als b. v. bij het broodbakken
geschiedt) doet het zetmeel in eene andere stof, dextrine ge-
naamd, veranderen. Hetzelfde geschiedt na inwerking van
zwavelzuur, diastase, enz. (waarbij nog bovendien suiker
gevormd wordt). Deze omzetting in dextrine eindelijk heeft
ook van tijd tot tijd binnen in de plant plaats, waarbij de
zetmeelkorrels niet opzwellen, doch laagsgewijze van buiten
naar binnen worden opgelost.
Inuline is eene stof, zeer naauw verwant met zetmeel
en welligt daarvan afkomstig; zij komt evenzeer vormloos,
als in de gedaante van bepaalde korreltjes voor, wordt door
jodium-oplossing niet blaauw, doch geel gekleurd en is in
kokend water geheel oplosbaar, doch zakt daaruit, bij be-
koeling, weder neêr. Het is ook in koperoxyde-ammonia
oplosbaar, terwijl zetmeel daarin, zonder opgelost te wor-
den, slechts opzwelt.
Gom en dextrine komen als opgeloste stoßen voor,
meestal met andere zelfstandigheden, zoo als plan tengel ei,
kleurstoffen, enz. vereenigd. Men kan ze door alkohol als
vlokken neêrslaan. I<> zijn gommen, die in water tot eene
heldere vloeistof oplossen; deze noemt men meer in 't bijzon-
der gom of arabine (b. v. arabische gom); andere zwel-
len slechts in water op tot eene niet filtreerbare massa; deze
noemt men plantenslijm of bassorine (b. v. kersengom). —