Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
39


verandering door jodium-oplossing geschiedt dan ook eigen-
lijk alleen door het voorhanden zijn der granulöse. Ook
elders dan in zetmeel-
korrels komen deze
beide stoffen veree-
nigd voor; doch daar,
waar de cellulose zeer
de overhand heeft,ont-
staat door jodium-op-
40. ZflLineelvaQ Rijst, lossing alléén geene 2eliiieel van Aardappels.
blaauwe verkleuring. Daarom onderscheidt men die vereenigde
stof ook in: amyloid, mesamyline en desarayline, naar
gelang dat zij door
eene met water ver-
dunde jodium-oplos-
sing dadelijk blaauw
of paars wordt (amy-
loid, zoo als O. a. in
de zetmeelkorrels),
vuilblaauw of met
een bruinen tint(mes-
a. in vele jeugdige celwanden), dan
wel in 't geheel niet blaauw of slechts geel (desamyline, zoo
als o. a. in houtachtige en verdroogde weefsels). Zoo maakt
men ook verschil tusschen geline, medulline en lignine
(z. b. bl. 37), naar gelang van het spoediger en meer of
minder verwecken en opzwellen in koud of kokend water, enz.
Alle zetmeelkorrels bestaan uit rondom elkander gelegene
blaasvormige lagen. De ringvormige strepen, die zich op
de oppervlakte van verschillende zetmeelkorrels vertoonen,

'li
41. Zfiiinefil vaD PeoivmcIiizadeD.
amyline, zoo als o.
43. Tous-ies-moi^.
40. Eenigzins gelijkende op liavcr-zetmeel, doch veel kleiner; meestal veelhoekig;
niet een klein groefje in 't midden.
41. Erwten-, boenen-, lin/cn-zetmeel, enz. allen af komsUg van peulvruchten:
langwerpig- of eivormig; dikwyis in het midden voorzien van eene overlangs loo-
jiende streep met dwar«e vertakkingen of scheurtjes; ieder dezer zetmeclsoorten
heeft weder hare eigene onderscheidings-kenmcrken.
42. Meestal peervormig, met regelmatige, ringvormige streepjes, die allen rondom
een in het smallere uiteinde aanwezig lichter stipje gelegen zyn.
43. Tous-ics.mois is het zetmeel uit de knollen van Cdnna éJutis; het ia een
der grootste zetmeelsoortsn, met regelmatiger en talrük«ïr ringvormige streepjes
dan op aardappcl-zetmcel.