Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
Voor het betere overzigt der in de planten voorkomentTe
organische verbindingen heefl men allerlei indeelingen dier
verbindingen voorgesteld, berustende óf op den aard der
grondstoffen, welke in de verbinding al of niet zijn opgenomen,
óf op het meer of minder wezenlijke van haar aandeel in
de zamenstelling van de eigenlijke zelfstandigheid der plant.
Zoo ondersclicidt men b. v, s t ik st ofv rije en stikst of hou-
den de verbindingen, en verdeelt men de eerste weder in: indifferente
stoffen of koülliyrlraten, plantenzuren en koolwaterstofhouclcnde ver-
bindingen; de laatste in: proteinestoffen, kleurstoffen en alkaloïden, —
Anderen maken een verschil tusschen die verbindingen, welke een on-
misbaar bestanddeel van de eigenlijke plantensubstantie vormen, en
noemen deze: geassimileerde stoffen, welke dan ook verdeeld worden
worden in stikstüfvrije en stikstof houdende. Alle andere in de planten
voorkomende organische verbindingen beschouwen zij als bij-producten
der assimilatie (*). Tot dezo laatsten rekenen zij de kleurstoffen, de
plantenzuren, de alkaloidcn, vlugge oliën, harsen, enz. - —v
Slechts over de meest voorkomende organische verbindin-
gen zullen wij hier eenige korte mededeelingen doen, het
aan onze lezers en lezeressen overlatende, zich, des verlan-
gende, door de raadpleging van uitvoeriger werken daarom-
trent meerdere kennis te verschaffen.
De celstof of cellulose komt — op eenige weinige
uitzonderingen na — in alle planten voor, en in vrij zuive-
ren (onvermengden of onverander den) staat in de nog zeer
jeugdige plantendeelen ; overigens is zij meestal met andere
st{)fFen doortrokken. Zij is, in geheel zuiveren toestand,
kleurloos, doorschijnend, zeer buigzaam en veerkrachtig. Zij
is oplosbaar in koperoxyde-ammonia (f) en wordt ^ok door
sterk zwavelzuur in eene andere stof omgezet en dan ten
slotte opgelost. Beziet men eene doorsnede van een plan-
tendeel door het mikroskoop en ontwaart men, dat deze
door bevochtiging met zwavelzuur en jodium-oplossing of
wel met chloorzinkjodium-oplossing (§) eene blaauwe kleur
(*) Van de betcekenis van dit woord zal later ddär, waar over de voeding der
planten gesproken wordt, de verklaring gegeven worden.
(t) Deze stof wordt bereid door versch neergeslagen koperoxyde-hydraat in vloei-
bare ammonia op tc lossen.
(§) Tot bereiding hiervan wordt zink in zoutzuur opgelost, de oplossing in aan-
raldng met metallisch zink tot siroopdikte uitgedampt, en in deze siroop jodkalinm