Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
der planten door te dringen, dan eene bezigtiging met het
bloote oog dit toelaat, hetgeen vorder ook aanleiding geeft,
dat men do oorzaak van menig verschijnsel, hetwelk zich
tijdens haar bestaan openbaart, ligter kan opsporen en beter
leert begrijpen.
In de tweede helft der 17''® eeuw was cr een viertal ge-
leerden, dio zich het eerst bij plantkundige studiën van
vergrootglazen bedienden: de reeds boven blz. 12 genoemde
antonius van leeuwenhoek te Delft, kobert iiooke en
nehemia guew te Londen en marcello malpighi te Bologna.
Door hetgeen zij verrigtten, was dan ook een nieuw onderdeel
der plantkunde in 't leven geroepen, de zoogenaamde ontleed-
kunde der planten (anatomie pi^y'^^^—nlf^i'n ü^^li
ten, wijl zij daarby op werktuigeljj^ .yiHJÏi, Ju verschillen^
bestanddeelen, welke het n)(gntMligchaapi («^ta^^j^l^lj^fliy&^WAW
elkander moesten splitsend» i^^^^&I^.^Zij"vonden fl^^l
vankelijk geene of onbeJiSMcirae vol^clijigen {r^f^Viwafer rs,
in het begin der IS"« eèu^^- wee^^tiftli gAi-eJiK" van h^ mi-
kroskoop vrij sterk bestredW,''ff. aldoor
(1704) en fontenelle te Parijs ^ie het langg.jii»rf
weg waargenomene voor gd^igtsbedrogvgtkktnrtïénTenz. Dit
wantrouwen werd nog meer g^wbil, doordien zelfs linnaeus
zich geenzins als een voorstander van mikroskopische onder-
zoekingen deed kennen, zoodat de aanwending van het mi-
kroskoop bij plantenstudie tot op het einde der vorige eeuw
nagenoeg geheel achterwege bleef. Sedert nu ruim een
SOtal jaren daarentegen trachtte men, — met name in Daitsch-
land — door betere beginselen geleid, met zoo grooten ijver
het verzuimde weder goed te maken, dat men daardoor in een
tegenovergesteld uiterste verviel, om namelijk de wetenschap-
pelijke beoefening der plantkunde alléén tot mikroskopische
studiën te willen beperken. In den jongsten tijd is men in-
tusschen van deze overdrijving terug gekomen en beschouwt
men alle onderdeelen der plantkunde als even gewigtig en
tot elkanders wederkeerige bevordering onontbeerlijk.
Bij mikroskopisch onderzoek komt in de eerste plaats te
pas het werktuigelijk van een splitsen der plantendeelen, tot
aan de uiterste grenzen van verdeeling. Dit geschiedt nu niet
door er maar op in te hakken en een plantendeel zoo te
3*