Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
414
du's van dezelfde of verschillende soorten, die op groote af-
standen van elkander gescheiden optreden. De uitgestrektheid
der aardstreken, v^raarin men deze of gene soort, geslacht of
familie aantreft, heet het gebied daarvan, waarbij vooral
tot grens-bepaling strekken de aardrijkskundige breedte en
lengte der verschillende plaatsen en hare hoogte boven de
oppervlakte der zee. Dit heeft aanleiding gegeven, om dat
gebied in tweederlei rigting af te bakenen: in ééne namelijk
langs de vlakte der aarde van de evennachtslijn tot aan de
polen, cn in eene andere, van den voet tot den top der ge-
bergten. — Zoo heeft men dan, nagenoeg in ovei-eenstemming
met iederen aardrijkskundigen gordel, waarin het noordelijk
en zuidelijk halfrond der aard-oppervlakte gewoonlijk ver-
deeld wordt, daarnaar het plantenrijk in bijzondere gordels
kunnen indeelen, waarvan ieder zich onderscheidt door fami-
liën, wier gebied inzonderheid tot deze aardrijkskundige gor-
dels beperkt is. Wanneer men evenzoo het plantenbekleedsel
van bergen in zoogenaamde hoogte-streken indeelt, dan
is er zeer dikwijls tusschen het kenmerkende hiervan en dat
van bepaalde gordels eene in 't oog loopende gelijkheid te
ontdekken, zoodat men b. v. in warmere landen bij het be-
klimmen eener berg achtereenvolgens hetzelfde verschil in daarop
groeijende planten opmerkt als bij het doortrekken van ver-
schillende aardgordels naar de zijde van eene der polen. Het na-
tuurlijke of oorspronkelijke gebied eener plantsoort of grootere
groep kan door allerlei omstandigheden gewijzigd worden; zoo
wordt het in vele gevallen door toevallige of opzettelijke mensche-
lijke tusschenkomst uitgebreid; evenzeer door andere oorza-
ken, welke niet te aller tijde op gelijke wijze en in dezelfde
rigting tot de verspreiding van planten kunnen medewerken
(z. b. bl. .378). Zal echter die verspreiding de duurzame ves-
tiging van planten op eene bepaalde plaats ten gevolge heb-
ben, dan dienen aldaar al die verschillende omstandigheden
vereenigd te zijn, welke het bestaan dier planten mogelijk
maken. Daartoe behoort eene reeks van uitwendige invloeden,
gedeeltelijk reeds vroeger (bl. 3.51—358) door ons aangestipt.
Tot in de kleinste bijzonderheden wordt nu in de planten-
aardrijkskunde het op bepaalde plaatsen heerschende ver.schil
in die uitwendige invloeden in rekening gebragt, om daardoor