Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
s k o o p (*) weder met vernieuwden ijver ter hand nam, werd
de zucht naar onderzoek in die rigting rijkelijk beloond, doch
ook hier moesten nog vele vooroordeebn bestreden worden,
vóór dat men er in slaagde bij anderen zeker wantrouwen
in do uitkomsten van mikroskopische studiën geheel te over-
winnen en algemeen de overtuiging te vestigen, dat bij de
beoefening van plantkunde in de eerste plaats mikrosko-
pisch onderzoek vereischt wordt.
De reden, waarom men zich bij wetenschappelijke nasporin-
gen van een mikroskoop bedient, is niet slechts, om het een
of ander daardoor bezigtigde voorwerp in eenen schijnbaar
grooteren omvang te zien dan dit werkelijk bezit, maar om bij-
zonderheden, aan zoodanig voorwerp eigen, te kunnen onder-
scheiden, welke men met het bloote oog niet waarnemen kan. De
natuuronderzoeker vraagt ook minder, wanneer hij de waarde
van een mikroskoop beoordeelen wil, hoevele malen het ver-
groot, maar meer: wat en hoe duidelijk zigtbaar het iets maakt,
hetgeen men anders niet zien kan. Gij zult zeiven de oor-
zaak hiervan ligt begrijpen, wanneer gij slechts om u heen-
ziet en van het maaksel der voorwerpen, die u omringen,
iets meer verlangt te weten dan hetgeen u eene eenvoudige
aanschouwing leeren kan. Wij winnen er in dit opzigt toch
niets bij, of b. v. een boek, een inktkoker, een kaars, of wat
go verder wilt, eene reusachtige grootte bezitten; — meer
dan aan boeken, inktkokers of kaarsen van gewonen omvang
zien wij er toch niet aan. Diende een mikroskoop dus slechts
om alleen de zaken grooter te doen voorkomen, dan zij in-
derdaad zijn, dan ware in den regel door de aanwending
daarvan ook niet veel gewonnen; nu het evenwel een werk-
tuig is, "waardoor men niet alleen voorwerpen zien kan, die
anders wegens hunne kleinheid onzigtbaar zouden zijn, doch
waardoor ons bovendien eene menigte bijzonderheden ter ken-
nisse komen, die omtrent de inrigting en den bouw van vele
voorwerpen een helderder licht verschaffen, — nu is het o. a.
bij de beoefening der plantkunde inderdaad onmisbaar ge-
worden. Door het gebruik van het mikroskoop ziet men zich
immers in staat gesteld, dieper in de kennis van het maaksel
(•) llct woord imikroskoop" is uit twee Grieksche ivoorden zamengesteld, betce-
kenende: »kleir." en ■besclionwen".