Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
409

volgende op de door bezinking uit dit water afgezette aardla-
gen. Daarna ontwikkelde zich telkens in de onderscheidene
tijdvakken, welke men kan aannemen als te zijn verloopen
tusschen de vorming der na elkander afgezette bezinksels,
eene reeks van planten, verschillend van de vroegere; intus-
schen niet in geheel strenge scheiding; in ieder volgend tijdvak
kwamen namelijk weder planten voor, wier vormen aan die uit
vroegere tijdvakken herinnerden. Zoo zijn er reeds ruim een
3000-tal plantsoorten uit die ver achter ons liggende tijden ont-
dekt. Zelden zijn die »fossiele planten", gelijk men ze
noemt, in haar geheel weder terug gevonden, meestal namelijk
slechts in brokstukken van stammen, takken, vooral bladeren (in-
zonderheid in den vorm van afdruksels), vruchten en zaden;
bloemdeelen heeft men nog niet aangetroffen. Zij verkeeren
thans in eenen toestand
van verkoling, d. i.
ontdaan van de in wa-
ter oplosbare stoifen,
en dus voornamelijk al-
leen uit koolstof zamen-
gesteld (*); van af-
druksels, waarbij het
voorwerp vergaan is en
alleen een afdruk van
zijne gedaante heeft
achtergelaten; van af-
gietsels, waarbij, in
het laatste geval, de
holle ruimte door deze
of gene delfstof weder
aangevuld is; van ver-
st e e n i n g, waarbij het
voorwerp geheel door-

475. Lepidodêndron élegans: A. een stuk van de schors met bladliktcekens; B. de
top van eenen bebladerden tak (in natuurlijke grootte); C. een gedeelte van den stam.
Het geslacht Lepidodêndron, behoorende tot de familie der Wolfsklaauwigen, is vooral
in de steenkool-formatie ruim voorhanden.
(*) Dit is vooral het geval in de uitgestrekte steen- en bruinkool-beddingen, die
bijna geheel uit verkoolde planten zyn zamengesteld. Zelfs is de nog in onze dagen
zich voortzettende veen-vorming (waarvan ook onze turf afkomstig is), een verko-
lings-toesiand van planten.