Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
402
van vonden voor korteren, andere voor längeren tijd ingang
en waardeering. Hoe meer planten er bekend werden, des te
levendiger werd de behoefte aan een goed stelsel gevoeld. De
aard der stelsels was echter verschillend; bij sommige legde
men er zich vooral op toe, om langs den gemakkelijksten weg
de gelegenheid te geven tot het ontdekken van den naam,
waaronder deze of gene plant beschreven was; bij andere wilde
men inzonderheid de punten van overeenkomst en verschil
tusschen de onderscheidene planten en plantengroepen duidelijk
voorstellen. In het eerste geval kwam het er dus slechts op aan,
om spoedig in 'toog vallende kenmerken van één of eenige
weinige bepaalde plantendeelen, geheel willekeurig gekozen,
op te teekenen en de planten, waaraan die zigtbaar wai-en, in
groepen te vereenigen. Zulke stelsels zijn bekend onder den
naam van kunstmatige. Daarentegen worden de andere
natuurlijke stelsels genoemd, omdat daarbij zoo veel mogelijk
op de aan alle deelen eener plant eigene kenmerken wordt
gelet en eene voorstelling van het natuurlijke verband tusschen
de onderscheidene planten en plantengroepen tot één geheel
— het plantenrijk — geleverd wordt.
Als grondslag voor een kunstmatig stelsel zou men b. v.
kunnen aannemen, dat men de planten, welke in den vorm
harer bladeren, of wel die in den bouw harer bloemen, of
die in het maaksel harer vruchten, enz. overeenkomen, tot
groepen vereenigde. Op die wijze zijn inderdaad reeds stelsels
ontworpen, doch hunne bruikbaarheid bleek zoo onvoldoende
te zijn, dat zij allen voor het door linnaeus uitgedachte en
in 1735 bekend gemaakte kunstmatige stelsel wijken moesten,
hetgeen namelijk nog in onze dagen als het doeltreffendste
onder de kunstmatige stelsels beschouwd wordt. Intusschen
is het ook niet vrij van onnaauwkeurigheden en gebreken
en is het in lateren tijd in menig opzigt gewijzigd, hoewel
het hoofdbeginsel, waarvan de ontwerper uitging, behouden
bleef. Kortelijk komt het op het volgende neder: De planten
zijn in 2 groote afdeelingen, »zigtbaar-" en nverborgen-bloei-
jenden", gerangschikt (overeenkomende met wat wij thans
uzaad" en «spore-planten" noemen, z. b. bl. 105). De eerste
dier afdeelingen is in 23 groepen — klassen genaamd, —
verdeeld, waarvan elke klasse voornamelijk berust^ op ken-