Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
ik u slechts tot eene degelijker studie der plantkunde wil
voorbereiden, wanneer gij hiertoe later opgewekt of wel
verpligt mögt zijn, gemakkelijk kunnen doorlezen, zonder
telkens het bezwaar te ondervinden van nog niet met kun-
digheden te zijn toegerust, die u inderdaad nog niet eigen
kunnen zijn. .Doch juist voor die welligt later gewenschte
of noodzakelijke degelijker studie zoude eene uitgebreidere
kennis dan die, welke men thans bij u veronderstellen mag,
onmisbaar zijn. iln wat nu in 't bijzonder de schei- en na-
tuurkunde betreft, ik zou u de beoefening daarvan niet alleen
ter wille der plantkunde ten dringendste willen aanbevelen,
maar bovendien om haar bij uitstek hoog gewigt ten opzigte
van vele andere takken van wetenschap.
Dat men voorheen zoo vele bijvakken niet noodig had
wanneer men zich met plantkunde wilde onledig houden, is
het gevolg daarvan, dat de plantkunde in onzen tijd aan-
merkelijk verschilt van die uit vroegere dagen. Er was na-
melijk een tijd, waarin men meende, dat men als plantkun-
dige volstaan kon met het naauwkeurig onderzoek en de
juiste beschrijving van het uitwendig voorkomen en eenige
nuttige of schadelijke eigenschappen der planten, vooral met
het doel, om daardoor te kunnen bepalen, welke plaats aan
de aldus beschrevene gewassen in het een of ander geko-
zen stelsel van rangschikking moest worden aangewezen. —
Tegenwoordig evenwel is zij van veel uitgebreider omvang
(gelijk u dit o. a. reeds boven blz. 6 medegedeeld is); zij
had echter dien omvang niet kunnen verkrijgen, ware men
steeds naar den ouden sleur voortgegaan en waren er niet
enkelen opgetreden, die, overtuigd van het nadeel, dat elke
éénzijdige rigting op studie uitoefent, de planten naauwkeu-
riger wilden leeren kennen dan dit alleen bij eene uitwen-
dige beschouwing mogelijk is. Hiertoe vonden zij zich den
weg gebaand doordien andere takken der wetenschap, met
name de schei- en natuurkunde, zich inmiddels reeds tot
eene aanmerkelijke hoogte hadden uitgebreid en daardoor
veel beteekenende hulpmiddelen aanboden, om ook met
de inwendige zamenstelling der planten en met de ver-
schijnselen, hieraan tijdens haar bestaan eigen, beter bekend
te worden. Vooral toen men met dit doel het mikro-