Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
401
Be stelselleer,
waarin de weg wordt aangewezen, om de planten zóó te
rangschikken, dat de onderling op elkander gelijkende in klei-
nere of grootere groepen vereenigd worden.
Er bestaan verschillende stelsels, van meerdere of mindere
waarde, naar gelang van de grondslagen, waarop de rangschikking
berust. De onderscheiding der planten in nuttige, schadelijke of
voor den mensch onbruikbare, kan wel als de eerste proeve van
zoodanig stelsel beschouwd worden, ontworpen namelijk in die
tijden, toen men de planten slechts in zooverre eenige aan-
dacht waardig keurde, als men haar bestaan alleen in verband
bragt met de stoffelijke behoeften van den mensch. Spreekt
men zoo ook in onze dagen van geneeskrachtige, vergiftige, land-
bouw-, technische planten, onkruiden, siergewassen, enz. ; ver-
deelt men de laatste b. v. weder in koude grond-, oranjerie-,
heete kasplanten, enz., dan berusten al die indeelingen op
zoo vele wijzen van rangschikking, waarbij namelijk planten,
welke zekere punten van overeenkomst met elkander gemeen
hebben, in bepaalde groepen worden te zamen gevoegd ; hierbij
kan intusschen dezelfde plant tot verschillende groepen te-
gelijk behooren.
De stelselleer heeft echter eene veel ruimere strekking; er
wordt daarin namelijk niet op deze of gene eigenschap der
planten gelet, welke haar voor den mensch al dan niet bruik-
baar maakt, evenmin als op bijzonderheden, welke bij hare
kweeking in 't oog zijn te houden. Zij heeft namelijk ten doel
de rangschikking van alle planten, onverschillig of de mensch
zich daarvan in eenig opzigt bedient of onthoudt; bij de be-
handeling van ieder gedeelte der toegepaste plantkunde kan
daarvan het ter vermelding noodige worden overgenomen en
des noods uitgebreid; zij zelve tracht alleen zekere kenmerken
op te geven, ter onderscheiding van de eene plant of plan-
tengroep van de andere en tot aanwijzing van de meerdere
of mindere gelijkenis — «verwantschap" — daarvan. Deze
kenmerken vindt zij voornamelijk in het verschil, hetwelk in
den bouw der plantendeelen waarneembaar is.
Velen besteedden reeds hunne krachten tot het uitdenken
van zóódanige stelsels van rangschikking, en sommige hier-
26