Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
394
kelijken zin op eene plant kan worden toegepast. Nog stouter
grijpen de woekerplanten of parasieten in (z. b. bl. 123)
en onder deze zijn er zoowel zaad- als spore-planten, wier
verderfelijke inwerking meestal niet gekeerd kan worden. De
onechte (*) kunnen alleen schadelijk worden door overgroote
vermeerdering, waarbij zij of werktuigelijk, of door opname
van voedingstoffeuj welke anders in de plant, waarop zij ge-
zeteld zijn, zouden indringen, de laatste benadeelen. De
echte dienen onderscheiden te worden in gedeeltelijke en
volkomene parasieten. De eerste putten namelijk hare
voedingstoffen slechts gedeel-
telijk uit andere planten, waar-
mede zij in verband staan
(b. v. door onder den grond
gelegene deelen), doch overi-
gens ook nog voor een ge-
deelte regtstreeks uit den bo-
dem, enz. De andere daar-
entegen staan in ontwikkel-
den toesiand niet of althans
niet meer met den bodem
in onmiddellijke aanraking en
zijn zoodanig met de plant,
waarop zij nestelen, vereenigd,
dat deze voor haar in alle
opzigten de rol van bodem
vervult. De uitroeijing der
laatsten is zeer moeijelijk en
wel in vele gevallen geheel
onmogelijk, vooral wanneer het
mikroskopisch kleine zwamme-
tjes zijn, welke als zulke volkomene woekerplanten op de
oppervlakte of wel binnen in de weefsels van andere planten
(•) Hiertoe behooren zoowel zaadplanten, o. a. vele orchideën, aroideën, klim-,
slinger-gewassen, enz. (z. b. bl. 123, noot {*)) als varens, vele mossen, levermossen,
korstmossei en zelfs sommige zwammen.
470. De kleinste plant is een getakte bremraap of hennepwurger (OroftrincAe ra-
mósa) waarvan het onder den grond aanwezige gedeeltelijk met de onder-
aardsche deelen van eene hennep-plant {Cannabis saüta) vereenigd geraakt is en zoo
tot sap-onttrekking uit de laatste aanleiding geeft; voor een ander deel kan de
bodem nog regtstreeks voedingstof voor de bremraap opleveren.
410. Gedeeltelijke wortel-parasiet