Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
386
Gezondheid en ziekte zijn dus voor hem geene begrippen,
welke hij zich afgescheiden van de planten voorstellen kan.
Zoo als hij besluit, dat eene plant of een deel daarvan leeft,
wanneer hij daarbij eene bepaalde reeks van verschijnselen
waarneemt, zoo noemt hij ze gezond, wanneer hij geene
stoornis opmerkt in de verschijnselen, welke zich daarbij ge-
woonlijk in den oorspronkelijken, vrijen toestand openbaren,
en meer of minder ziek, wanneer door eene daarin voor-
komende stoornis het bestaan en de duur van de plant of
het deel meer of minder bedreigd blijken te zijn, zoodat
zich de gewone wijze van groei of vermeerdering in groo-
tere of geringere mate ten nadeele gewijzigd voordoet. Hij
kent dus evenmin op zich zelf staande ziekten, als hij op
zich zelf staande gezondheden aanneemt. Gebruikt hij de
woorden »afwijking" of «ziekte", dan omvat hij daardoor
een of meer eigenaardige verschijnselen, verschillende van
de gewone algemeene of bijzondere levens-verschijnselen van
bepaalde planten of plantendeelen. Zijne kennis op dit gebied
is echter nog zeer beperkt, en hij gevoelt zich thans tot wei-
nig meer in staat, dan tot het leveren van een overzigt der
meest in 't oog loopende onder die door hem waargenomene
verschijnselen. Bedient hij zich van bepaalde ziekte-namen,
dan weet hij, dat hij er hoogstens een of meer dier ongewone
verschijnselen mede aanduidt, zonder dat hij daardoor de
plaats hebbende stoornis in haren gansehen omvang beschrijft.
Herinneren die namen aan de benamingen van bij menschen
of dieren waargenomene ziekte-toestanden, dan wil hij zich
daardoor niet van verre voor eenige gelijkheid in de oorzaak
of den aard der bij dezen voorkomende stoornissen verklaren.
Zijn eindelijk in die namen tevens die van zekere planten of
plantendeelen opgenomen (b. v. »aardappelziekte", «druiven-
ziekte", enz.), dan wil hij daardoor geenszins eenen geheel
bijzonderen ziekte-toestand aanwijzen, zoo als die zich nergens
anders kan voordoen, doch alleen zekere bij die plant of dat
deel voorkomende stoornissen kortheidshalve door één woord
zamenvatten.
Wenschelijk ware het, dat men bereids in staat mogt zijn,
de ziekte-toestanden zoo te beschrijven, dat men achtereen-
volgens schetsen kon, wat in dit opzigt in de cel, de weef-