Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
382
geen u i-eeds vroeger omtrent daarmede verwante verschijn-
selen is medegedeeld. Zoo sluiten zich aan de bewegings-
verschijnselen, waarvan wij reeds hebben gewag gemaakt,
andere aan, welke daarom zoo merkwaardig zijn, wijl zij slechts
bij bepaalde deelen van zeer weinige planten voorkomen. De
meest verrassende voor den waarnemer zijn daaronder die,
welke bij aanraking met het een of ander voorwerp volgen.
Bij geen dezer mag echter eene gevoeligheid verondersteld
worden, te vergelijken met die, welke de aanleiding is van
vele bewegings-ver.schijnselen in het dierenrijk. Hoogstens
kan men aannemen, dat er eene zekere mate van overigens
ongewone spanning tusschen de weefsel-bestanddeelen van
zoodanige plantendeelen bestaat, welke o. a. door werktuige-
lijk inwerkende oorzaken opgeheven kan worden. Al deze
bewegingen bestaan in min of meer plotselinge veranderingen
in de rigting der plantendeelen, welke daarbij ook zonder
aanraking, b. v. als dag- en nacht-bewegingen (z. b. bl. 359),
als bestuivings-verschijnselen (z. b. bl. 373), enz. doch alsdan
meestal minder snel, kunnen voorkomen.
Wat de ontwikkeling van warmte door planten en
bijzondere deelen aangaat, zoo verschilt de warmtegraad hier-
van gewoonlijk met die der omringende middelstof (lucht,
aarde of water). Dit kan o. a. het gevolg zijn van de velerlei
scheikundige veranderingen, welke de voedingstoffen na hare
opname ondergaan. Vooral heeft bij de kieming eene ver-
hoogde warmte-ontwikkeling plaats, welke (b. v. bij kiemende
gerst en dergelijke) soms 5 tot 25 graden die der dampkrings-
lucht overtreffen kan. Dat de boomen 's winters inwendig
warmer zijn en 's zomers minder warm dan de hen omrin-
gende dampkringslucht, schijnt o. a. veroorzaakt te worden
door het verband der boomen met den bodem, waai-door de
warmte 's winters uit den laatsten verder naar de stammen
en 's zomers omgekeerd uit deze naar den bodem geleid
wordt. —■ Eindelijk ontwikkelen sommige bloemen (o. a. van
Aroidéën) eene betrekkelijk zeer hooge warmte, welke men
evenzeer afhankelijk acht van de scheikundige processen, die
neemt het ook waar bij aanraking van de helmdraden der berberis (z. b. bl. 873) en
enkele andere planten; soms ook bij stylen (b. v. van Gold/ussia), by stempels, o. a.
van Mimulus-sooTten, enz.