Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
380
als kenmerk ter onderscheiding der verschillende planten en
plantengroepen.
Wijders behoort tot de bijzondere levensverschijnselen der
plantendeelen de wijze, waarop zij ontstaan (assen of blade-
ren), waarop zij grooter, langei-, omvangrijker worden, enz.
hetgeen mede voor bepaalde groepen van gewassen gewigtige
kenteekenen van onderling verschil kan opleveren.
Zoo zijn ook de aard en hoeveelheid der opgenomene voe-
dingstoffen, even als hare verspreiding en veranderingen in
de planten en plantendeelen zeer verschillend; zoo wijders .
wat er af- en uitgescheiden wordt; zoo ook wat er bij de
vermeerdering der planten omgaat, enz. — Niet minder eigen-
aardig zijn voor bepaalde planten en plantendeelen eene reeks
van verschijnselen, welke zij bij afwisseling (b. v. alleen des
daags of alleen des nachts of in zekere jaargetijden, enz.) of
niet anders dan in eene bepaalde middelstof, of over 't alge-
meen alleen naar gelang van daarop inwerkende uitwendige
invloeden, enz. vertoonen.
Al die eigenaardigheden en nog zoo oneindig meer, waarvan
men vele kent en het bestaan van andere alléén vermoeden
kan, zonder ze te kennen, moeten voor bijzondere levensver-
schijnselen gehouden worden.
Met meer of minder uitvoerigheid is bereids op onder-
scheidene plaatsen in dit werkje op eenige daarvan zóó
gewezen, dat een aandachtig lezer reeds veel daaraan ont-
leenen kon, om zich een begrip tc vormen van het een en
ander, hetgeen aan zekere plantengroepen, planten en plan-
tendeelen in 't bijzonder eigen is. Een volledig overzigt
daarvan ware alleen mogelijk door eene omvattende levens-
beschrijving in den uitgestrektsten zin van iedere plant in
't bijzonder. Een zoodanigen arbeid van onberekenbare uit-
gebreidheid te leveren, veroorlooft tot nog toe de stand
der plantkunde niet; evenmin is de tijdruimte te bepalen,
waarin dit mogelijk zou zijn, zelfs indien alle beoefenaars
der plantkunde te dien einde de bewerking van zulk eene
onafzienbare taak gelijkelijk onderling verdeelden (z. b.
bl. 829).
Vermelden wij, ten besluite van dit Hoofdstuk, nog slechts
enkele bijzondere levensverschijnselen, tot aanvalling van lu't-