Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
374
eene toenaderende beweging plaats heeft (*), in al welke
gevallen gemeenlijk weder na de alsdan geschied zijnde be-
stuiving een terugkeer tot den vroegeren stand volgt.
Kort vóór het tijdperk der bestuiving dringt bij vele bloemen
op bepaalde plaatsen, o. a. altijd uit de cellen der stempels, een
suikerhoudend kleverig sap te voorschijn, niet zelden het lie-
velings-geregt van
daarop azende Insek-
ten, welke bij hun
rondkruipen in de
bloem almede tot
den overgang van
de stuifmeelkorrels
op den stempel bij-
dragen. Eindelijk is
daarnevens de wind
een belangrijk hulp-
middel tot bestui-
ving van planten,
met name van zoo-
danige,waarbij meel-
draden en stampers
niet op dezelfde as-
sen voorkomen (f).
Aanwezigheid van
lucht en afwezigheid
van vocht is mede
eene noodzakelijke
<62, Bloeijende waterplant voorwaarde voor de
(*) o. a. bij sommige planten uit de groep der Malvacéën.
C+) Soms ziet men langs wilgenboomen, roggevelden, dennebosschen, enz, geheele
stofwolken voortwaaijen, die vroeger, wanneer zij door regen werden neergeslagen,
wel eens verkeerdelijk voor eenen „zwavelregen" gehouden wierden. — De mikro-
skopische beschouwing van zoodanig stof heldert terstond zijnen waren oorsprong op. —
Mogen er derhalve aan den eenen kant, met name bij planten, waarbij meeldraden en
stampers niet te zamen de bloem vormen, d. i. waar éénslachtige bloemen zijn (z. b.
bl. 273) schijnbaar hinderpalen aan de bestuiving in den weg staan, zoo zijn daaren-
tegen luchtstroomen en insekten de hulpvaardige bemiddelaars en ia bovendien niet
zelden de hoeveelheid stuifmeel ook des te grooter, naarmate door den bouw der
bloemen zijn regtstreeksche overgang op den stempel minder gemakkelijk is.
462, Vallisnéria spiralis, eene Zuid-Europesche waterplant, waarvan de vrouwelijke
bloemen op lange spirnalvormig ge wrndene »telen staan,welke zich in den bloeitijd uitrek-