Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
373
ten doel hebbende, om het ontstaan van bloemknoppen te
versnellen en uit te breiden, hetgeen echter vaak alleen ten
koste van de ontwikkeling van andere deelen geschieden kan.
Voor het zamentreffen van de stuifmeelbuizen en kiem-
blaasjes, d. i. voor de bevruchting, wordt in de eerste
plaats gevorderd, dat de stuifmeelkorrels met de stampers en
meer in 't bijzonder met de stempels (z. b. bl. 291) in aan-
raking komen, of', gelijk men dit noemt, dat er eene bestui-
ving plaats hebbe. (Bij de naaktzadigen geschiedt dit langs
korteren weg; z. b. bl. 299.) Meestal heeft de bestuiving
plaats tegelijk met of kort na de ontplooijing der bloemom-
hulsels ; bij sommige planten echter reeds vóór het openen
van den bloemknop. Door allerlei medewerkende oorzaken,
verschillende, naar gelang van den bouw der bloemen, wordt
zij bevorderd. Waar in dezelfde bloem de meeldraden langer
zijn dan de stamper, is de overgang van het stuifmeel op
den .stempel bij -eenen opgerigten stand het gemakkelijkst;
zoo ook daar, waar bij hangende bloemen de meeldraden
korter zijn dan de stampers; bij het openbersten der helm-
knoppen moeten dan namelijk de stuifmeelkorrels, onder het
vallen, ook o.a. do stempel-opperv lakte treffen. Somtijds staat
de stempel, ten tijde der bestuiving, nog lager dan of op
dezelfde hoogte als de helmknoppen en groeit de stijl met
den stempel eerst daarna hooger uit. Enkele malen groeijen
de meeldraden nog verder en worden de stempels, terwijl de
helmknoppen daar langs oprijzen, bestoven. De tijdelijke sluiting
des nachts van vele bloemen maakt ook eene toenadering
van stuifmeelkorrels en stempels mogelijk, waar deze tijdens
de opening des daags zeer belemmerd is. Wijders wordt de
aanraking soms nog bevorderd door harige bekleedsels a.in
de binnenzijde der bloemomhulsels of langs de stijlen, enz.
Zeer opmerkelijk is het ook, dat bij sommige planten dc
meeldraden regelmatig den stempel naderen (*), of de stijlen
zich naar de meeldraden toebuigen (f) of van weêrszijden
(*) Zoo achtereenvolgens de verschiUende meeldraden o. a. bij de Oost-Indische
kers (Tropaéolum mdjus-, bij den wijnruit {Rüta gravéoli'm)\ bij het moerassig par-
naskriiid (Pamassia pallistris)-, bij Geranium, Kalmia, enz. Bij vele steenbreek- {Saxl-
/raga-) soorten doen het telkens twee tegenover elkander staande meeldraden i bij
den tabak (Nkotiana) alle meeldraden te gelyk j bij de berberis {Bérberis TulgMs)
geschiedt dit met zekeren schok.
(-f-) Zoo b. v. hij eenige lelii^n (LUiiim), ^igélla, Pnssijlora, enz.