Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
370
m
mede overeenkomstige planten ontwikkelen. Zoo zijn er ook
gewassen, waarvan de sporen zich, bij vrijwording, tot een
deel uitbreiden, waarop nu eerst tweederlei vormsels ontslaan,
van wier onderlinge zamenwerking de ontwikkeling eener
nieuwe plant afhangt (bl. 225—231). Bij andere eindelijk
geraken de sporen en andere deelen van de moederplant los
en oefenen de laatsten eerst op nieuwe deelen, welke zich
op eene uitbreiding der sporen gevormd hebben, haren in-
vloed uit (bl. 232—235).
Bij vele zaadplanten geschiedt de vermeerdering, langs na-
tuurlijken weg, door zoogenaamde broeiknoppen (z. b. bl.
197—204), welke, van de moederplanten los rakende, zich
tot nieuwe, daarmede overeenkomstige planten ontwikkelen.
Somtijds breidt ook ëëne plant zich tot meerdere aanvankelijk
zamenhangende en later vaak gescheiden wordende spruiten
'uit, door middel van uitloopers, enz. (z. b. bl. 138 en 200).
Deze planten kunnen ook zaden voortbrengen, Avaaruit,
ndien zij tot kieming overgaan, nieuwe planten kunnen ge-
boren worden. Gewoonlijk vordert zoodanige wijze van ver-
meerdering echter een langer
tijdsverloop dan de eerstge-
noemde.
Dan, wanneer men eene
vermeerdering langs kunst-
matigen weg wil tot stand
brengen van planten, wel-
ke slechts zelden of zeer
laat kiemen bevattende zaden
voortbrengen, of Avel, wan-
neer men zekere afwijkingen
in vorm of zamenstelling bij
bepaalde planten, zoo duur-
zaam mogelijk, ook bij hare
afstammelingen wenscht te
459. Nevens de kunstmatige vermeerdering door raiddel van zelfstandige knoppen
waartoe men allerlei, zoowel takvormende als broeiknoppen (zie noot (*) op bl. 198)
bezigt, zijn daarvoor bij de kweekers verschillende handelingen, bekend onder den