Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
364
met grootere snelheid verder door het hoogere gedeelte
van de plant verspreidt, dan het tegelijk uit dezelfde cellen,
welke zij daarbij doorstroomt, uittredende vocht. Gedurende
zekere (met name in de jongste of jaarlijks op nieuw terug-
keerendc) tijdperken van het bestaan der planten en planten-
deelen is die rigting van het sap, welke zich lijnrcgt van de
uiteinden der wortels tot de toppen van stammen, stengels
waar zich de wortels vertoonen, is in tweeën gesphJten en elke helft in een bijzon-
der glas geplaatst; één hiervan is met eene zeer verdunde oplossing van geel bloed-
loogzout gevuld; het andere met zuiver water. >ia eenige dagen is het mogelijk door
scheikundige reactie (met zwavelzuur ijzeroxydule) niet slechts de aanwezigheid
van genoemd zout in het hout boven het glas aan die zijde aan te toonen, maar zelfs
in dat aan de andere zijde tot zeer digt boven het zuivere water. Niet alleen had dus
hierbij eene opklimmende, maar ook eene zijdelingsche dwarse beweging van het
vocht plaats. — B. Van een bebladerden, frisschen wilgentak is van onderen een stuk
hout uitgesneden, nadat eerst daar de schors is opengespleten, en nu wordt de tak
tot boven die spleet in eene oplossing van genoemd zout geplaatst. De verdamping
door het daaraan bevestigd geblevene blad bewerkt, dat door de drukking der lucht
de vloeistof in het ingedoopte schors-gedeelte indringt en verder in het hout en naar
boven. Aan het andere uiteinde is de schors rondom weggenomen, het ontbloote hout
met vloeipapier omkleed en hierover heen een omgekeerd glaasje geplaatst, om het
verdroogen te voorkomen. Spoedig kan men nu door reactie in dit vloeipapier het
opgeklommene zout ontdekken, waardoor dus blijkt, dat van onderen een overgang
in dwarse rigting van de schors naar het hout en van boven een in omgekeerde
rigting van het hout naar de (door vloeipapier vervangene) schors plaats had. _
C. In een blad van een neergebogen wilgentak laat men de verdunde zout-oplossing
indringen, nadat men even onder de bogt een klein stukje hout heeft uitgesneden;
om dit plekje windt men eenige ver>che bladeren, om het uitdroogen te verhinderen.
De zoutoplossing klimt nu echter zeer langzaam door het schorsgedeelte ter plaatse
van het uitgesnedene hout en komt zelfs na vele dagen nog niet daarboven, namelijk
in het houtgedeelte ter plaatse van de bogt. In dit geval, waarin dus de vloeistof
niet onmiddellijk en het eerst met de schors in aanraking was gebragt, geschiedde
de voortbeweging van de vloeistof zeer langzaam en moeijelijk. — Mogen deze proe-
ven ook al op zich zelf datgene bewijzen, wat de ondernemer daarvan (hoffmakn)
voor elk door hem gebezigd plantendeel wilde beweren, zoo zij men echter bedacht,
gelijk dit ook van meer andere soortgelijke proefnemingen gelden kan, dat hier
planten of liever plantendeelen in geheel kunstmatigen toestand zijn gebragt, zoozeer
afwijkende van hunnen natuurlijken staat, dat men geenszins geregtigd is daaruit de
algemeene gevolgtrekkingen omtrent de rigtingen der sapbeweging af te leiden, welke
de proefnemer zich veroorloofde. Ook de aard van het zout geeft tot bedenkingen
aanleiding, daar de oplossing van eenige plantaardige kleurstof voor dergelijk gebruik
althans verkieslijker is. De eigenaardige bouw, de ouderdom, enz. der onderscheidene
weefsels bij de ter proefneming gebezigde planten zijn voorts van invloed op het
waargenomene, enz. Nog meerdere bezwaren waren tegen de algemeene strekking dier
proefnemingen aan te voeren; het gezegde moge echter voldoende zijn, tot aanbeve-
ling van voorzlgtigheid in het als zeker aannemen van hetgeen door mijne lezers
misschien in vervolg van tijd in uitgebreider leerboeken over plantkunde aangaande
dit punt zal worden aangetroffen; tot nog toe kan men niet met zekerheid eene
uitspraak omtrent de rigtingen der sapbeweging in alle gave levende planten ver-
kondigen. Zoo is ook dat, wat gy hierboven in den tekst als waarschijnlijk vindt
vermeld, niet het eenstemmige gevoelen van alle plantkundigen. Er is hier nog een
ruim veld voor onderzoek overgebleven.