Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
358
andere gewassen lieren bij voorkeur op schaduwrijke plekken;
weder andere op meer opene regtstreeks door de zon besche-
nene plaatsen ; andere eindelijk schijnen de felste en duur-
zaamste bestraling door het zonlicht niet te kunnen missen.
De vaak gedane waarneming, dat planten of plantendeelen
zich in eene rigting keeren naar de zijde, van waar het licht
daarop kan invallen, is vermoedelijk wel het best verklaar-
baar doordien zij aan die zijde ook gelijktijdig door de meeste
warmte getroffen worden, waardoor te dier plaatse de ontwij-
king van waterdamp, enz. het sterkst zal zijn, hetgeen o. a.
ten gevolge kan hebben, dat de weefsels van de plant of
hare deelen werktuigelijk naar dien kant worden voortbewo-
gen. Het licht als zoodanig, of wel, zoo als te vermoeden is,
meer bijzondere stralen daarvan oefenen eenen merkbaren
invloed op den scheikundigen inhoud der daaraan blootge-
stelde plantendeelen uit. Zoo is niet zelden de afwering van
licht een bij de kweekers bekend middel, om daardoor
b. v. den smaak (d. i. een gevolg van den aard en toestand
der scheikundige bestanddeelen) van deze of gene moesgroente
naar hun verlangen te wijzigen; door het licht beschenen,
zouden zoodanige plantendeelen eenen gansch anderen en door
de verbruikers minder gewenschten smaak verkrijgen. Zoo
zich ergens die scheikundige invloed van het licht op de
planten openbaart, dan is dit vooral bij het ontstaan der ei-
genaardige kleuren van vrij in de ruimte groeijende planten-
deelen. Zoo is de vorming van kleurstoffen in bladeren en
bloemen en vruchten blijkbaar afhankelijk van de inwerking
van het zonlicht. Daaraan hecht zich de ontwijking van be-
paalde gassen uit zoodanige deelen, waarop het licht regt-
sti-eeks inwerkt. Zoo heeft men, wat nu de bijzondere stralen
van het licht betreft, bij opzettelijk in 't werk gestelde proefnemin-
gen o. a. bevonden, dat de scheistralen, naar de uiterste zijde van
de violette lichtstralen van het zonlicht gelegen, de scheikundige
werkingen in de plant het meest bevorderen; dat echter de
ontwijking van zuurstofgas het levendigst onder de inwerking
van die, welke met de plaats der gele stralen overeenkomen,
geschiedt en dat voor de ontwikkeling van bloemen die,
welke met lichtgroene stralen invallen, het gunstigst zijn;
naar de zijde en op eenigen afstand van de roode stralen is