Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
351
melijk de genoemde hoofd-voedingstofFen (kool-, water-, zuur-
en stikstof) bevat.
Deze zamengestelde stoffen treden dikwijls ook weder on-
derling vereenigd in de planten in (b. v. koolzuurgas in wa-
ter opgelost, koolzuurgas verbonden met ammonia, enz.).
Ieder dezer zamengestelde stoffen kan ook nog met andere
zamengestelde stoffen vereenigd in de planten intreden, zoo-
dat ook in die verbindingen eene of meer der gemelde hoofd-
voedingstoffen bevat kunnen zijn.
De hoofd-voedingstoffen kunnen ook nog als bestanddeelen
van andere dan van de genoemde zamengestelde stoffen of
van hare verbindingen in de planten intreden.
Er treden als voedingstoffen in de planten ook nog zwa-
vel- en phosphor-waterstof in, wijders anorganiscjie stoffen,
vooral zouten (z. b. bl. 34), en in water oplosbare humus-
bestanddeelen (z. b. bl. 125).
De aard en hoeveelheid der voedingstoffen, welke de on-
derseheidene planten behoeven, zijn verschillend.
Van waar ontleenen de planten hare voeding-
stoffen? Voor een gedeelte en voornamelijk uit den bodem,
voor een ander gedeelte uit de dampkringslucht; zoo althans
de landplanten.
Niet alle planten namelijk zijn in aarde bevestigd en ove-
rigens van alle zijden door dampkringslucht omringd (»land-
planten"); er zijn er ook, die geheel of gedeeltelijk in of op
het water leven en daarbij óf in den bodem bevestigd zijn
óf vrij ronddrijven («waterplanten"). Er zijn er ook, die op
andere planten of op andere organische voorwerpen bevestigd
zijn en uit de bestanddeelen hiervan een groot deel harer
voedingstoffen ontleenen (u echte woekerplanten"), en eindelijk
die op andere voorwerpen zijn vastgehecht, doch hieruit niets,
maar alleen uit de dampkringslucht of het water, waarmede
zij omringd zijn, hare voedingsstoffen putten (»onechte woe-
kerplanten").
Naar gelang van dit verschil in bevestiging der planten, of
liever naar gelang van het verschil in de haar omringende
middelstoffen (aarde, lucht, water), is dus de wijze, hoe de
planten onmiddellijk met hare voedingstoffen in aanraking ko-
men, onderscheiden. Deze onmiddellijke aanraking is voor de