Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
350
de plant pas ingetredene ol' bereids aanwezige stoffen in an-
dere, die ten laatste tot liare voeding kunnen bijdragen (*).
De voeding bestaat in den overgang van geassimileerde
stoffen tot den toestand van bouwstoffen der plant zelve.
Behalve dat de plant dus in stand blijft ten gevolge der
voeding, groeit zij ook; — hoe zich die groei openbaart,
is reeds vroeger (bl. 345) gezegd.
Welke zijn in ruimeren zin de voedingstoffen
der planten? Het antwoord daarop voor iedere plant in
't bijzonder kan alleen worden gegeven, wanneer men o. a.
weet, uit welke stoffen eene plant bestaat, wat er tijdens het
bestaan van die plant in haar van buiten af is ingetreden,
wat daarvan in bouwstof voor haar zelve is veranderd, wat
daaruit ontweken is, in hoeverre het ontwekene al dan niet
regtstreeks voortgesproten is uit het ingetredene, enz. Dit
van eene menigte planten wetende, kan men als slotsom
daaruit eene beantwoording der gestelde vraag voor de plan-
ten in 't algemeen afleiden. Ofschoon er langs dien weg nog
zeer veel te onderzoeken overgebleven is, is men toch o. a.
geregtigd, het volgende als zeker aan te nemen:
Er is niets in en er ontwijkt niets uit eene plant, waar-
van zich niet de grondstoffen (z. b. bl. 32) vroeger buiten
die plant bevonden.
De stoffen, welke in eene plant intreden en tot haren bouw
bijdragen, zijn hare voedingstoffen.
In alle planten en plantendeelen zijn kool-, water-, zuur-
en stikstof voorhanden. Deze grondstoffen zijn de hoofdvoe-
dingstoffen der planten.
Hiervan kan alleen de zuurstof op zich zelve, d. i. als
grondstof in de planten intreden.
Al de andere voedingstoffen treden er niet op zich zelve,
d. i. als grondstoffen in, maar in vereeniging met andere,
derhalve als zamengestelde stoffen (z. b. bl. 33).
De voornaamste der in de planten intredende zamengestelde
stoffen zijn water, koolzuurgas en ammonia; daarin zijn na-
(*) Op het verschil, door sommigen gemaakt tusschen geassimileerde stoifen en bij-
producten der assimilatie, is reeds vroeger (bl. 36) gewezen. Niet door ieder wordt
echter een zoo bepaald onderscheid tusschen assimilatie en voeding gemaakt,
als wij dit, om redenen, wier ontvouwing hier te ver zou leiden, meenen te mo-
gen doen.